Mijn Verhaal

Al zover terug als ik me kan herinneren had ik een vreemde relatie met eten. Ik at veel of juist weinig en er waren van jongs af aan producten die ik niet wilde eten, zoals pasta en sommige broodsoorten. Waar dat door kwam, weet ik niet. Ik was gewoon uit balans op dit vlak en stond er verder niet bij stil. Toen ik in de pubertijd terecht kwam, verergerde dit echter. Ik was wat vroeger ontwikkeld dan mijn klasgenoten en had hierdoor sneller heupen en borsten, terwijl anderen van mijn leeftijd nog een kinderlijk lichaam hadden. Ik was daarbij ook wat forser gebouwd op die leeftijd en al snel werd ik daarmee gepest. Achteraf gezien was ik helemaal niet echt dik. Ik was gewoon vors, maar het was mijn zwakke plek. Toen pestkoppen dat merkten, werd dat natuurlijk waar ik mee gepakt kon worden. Ik had al het gevoel dat mijn lichaam te groot werd door de pubertijd, het pesten zorgde ervoor dat ik nog meer een hekel kreeg aan mijn lijf.

Een manier van mij om controle te krijgen over mijn lichaam en gevoelens was door lijsten te maken van voedsel dat ik niet meer wilde eten en maaltijden over te slaan. Ik merkte dat dit mij een goed gevoel gaf, alsof ik daarmee iets overwon. Ik begon eten op school over te slaan en ik merkte dat mensen daarop reageerden. Er werd me gevraagd of ik wel at en of alles wel ok was. Die aandacht gaf me ook een goed gevoel, dus at ik helemaal niet meer op school. Maar hierdoor had ik als ik thuiskwam juist vreselijke honger en kreeg ik last van eetbuien. Na afloop voelde ik me vreselijk en kon ik er niet mee omgaan dat ik al dat voedsel in me had. Het moest eruit alleen overgeven bleek niet zo makkelijk. Het is immers niet natuurlijk om dat te doen als je niet ziek bent. Ik bleef maar proberen uit te vogelen hoe me het zou lukken en na een keer wanhopig lang boven de toiletpot hangen, lukte het ineens. Ik had een manier gevonden om over te geven en ik voelde me euforisch. Ik kon nu alles eten wat ik wilde en het er daarna uitgooien.

De eerste paar dagen vond ik het geweldig. Ik kon alles eten dat op de verboden lijst stond en het er daarna uitgooien. Ik at al die dingen achter elkaar in grote eetbuien. Maar na een paar dagen eten en overgeven, was de lol eraf. Het plezier maakte langzaam maar zeker plaats voor over moeten geven. Elke maaltijd moest er van mij uit en ik werd er heel slim in om dat te doen. Na het ontbijt ging ik mijn tanden poetsen en gaf ik over. Daarna ging ik naar school waar ik niet at. Ik wilde namelijk voorkomen over te geven in publieke ruimtes waar mensen me zouden kunnen horen. Maar na school ging ik meteen naar huis om een eetbui te hebben. Die plande ik de hele dag en terugweg naar huis. ‘s Avonds vroeg ik mijn ouders steeds vaker of ik op mijn kamer mocht eten. Daarna gaf ik die maaltijd ook over. Op school kreeg ik complimenten maar ik zag in de spiegel geen verschil. Terwijl de weegschaal aangaf dat ik lichter was en ik kledingmaten kleiner moest kopen. Toch zag ik in de spiegel nog steeds iemand die te dik was. Het maakte me erg ongelukkig. Ik had gedacht hiermee de sleutel te hebben gevonden om me goed te voelen. Maar ik voelde me nu altijd misselijk en duizelig. En de manier waarop ik mezelf zag, was niks veranderd. Daarbij viel ik van tijd tot tijd zelfs flauw, waardoor ik besefte dat mijn lijf het niet meer aankon. Er moest iets veranderen maar ik wist zelf niet hoe ik dit aan moest pakken.

Uiteindelijk heb ik de moed bij elkaar geraapt om het aan mijn moeder te vertellen. Ik was van tevoren heel bang voor haar reactie. Ik dacht dat ze boos en teleurgesteld zou zijn en daar hikte ik tegenop. Maar mijn moeder reageerde juist heel bezorgd. Ze had al langere tijd door dat er iets mis was, maar kon haar vinger er niet opleggen. Toen ik haar huilend vertelde problemen te hebben met eten, vielen in een klap de puzzelstukjes voor haar op de plek. “Je geeft over he,” zei ze tegen me en ik bevestigde dat. De volgende dag maakte mijn moeder meteen een afspraak bij de huisarts. Ook al had ik mijn moeder om hulp gevraagd, vond ik een stap zetten als deze heel moeilijk. Mijn moeder moest het woord voeren, ik zei helemaal niks. Aan het einde van het gesprek werd door de dokter samengevat wat er aan de hand was met me. “Je hebt boulimia nervosa,” zei hij. “Ik ga je doorsturen voor psychologische hulp en een opname.” Voor mij was dat een enorme klap. Ten eerste dacht ik niet boulimia te hebben. Daar had ik wel eens over gelezen of in series op tv gezien. Maar dat waren altijd van die dunne meisjes die helemaal in de war waren. Zo zag ik mezelf niet qua uiterlijk of innerlijk. Daarnaast had ik nooit verwacht ooit naar een psychiater te moeten. Daarvoor moest je wel goed gek zijn, dacht ik. Nu kreeg ik allemaal labels die me heel bang maakten. Na het gesprek moest ik wachten op een plek in een kliniek. Dat waren moeilijke dagen, want mijn ouders letten nu heel erg op mijn eetgedrag. Ik mocht na het eten niet meteen naar mijn kamer en ongemerkt naar de wc gaan, lukte niet. Maar ik was zo wanhopig om het eten eruit te blijven gooien, dat ik heel creatief werd in manieren om dit toch voor elkaar te krijgen. Ik gaf in mijn kamer bijvoorbeeld over in een vuilniszak of ging naar buiten om daar in de bosjes over te geven. Dat voelde wel als dieptepunten, maar de drang en paniek om het eruit te gooien was enorm. Na een gesprek waarin de haast nog een naar voren kwam, kwam het telefoontje dat er een plek was in een kliniek en ik de volgende dag zou kunnen komen. Ik had er geen zin in, maar wist dat ik het een kans moest geven als ik ooit van de eetproblemen af wilde komen.

Toen ik aankwam bij de kliniek was het net tijd voor het dagelijkse tussendoortje. Ik moest een appel en een mandarijn eten en ik kon dat gewoon niet. Ik zat aan die tafel met allemaal andere meiden en kon alleen maar huilen. Het liefst wilde ik naar huis, maar ik wist dat ik door moest zetten. In de weken die volgden, leerde ik langzaam omgaan met gevoelens die ten grondslag lagen aan mijn eetstoornis. Zo besefte ik dat controle en aandacht redenen waren. Na een paar weken mocht ik weer naar huis en leek alles beter te gaan. Maar ondanks gesprekken bij een psycholoog, viel ik toch weer terug in mijn oude eetgedrag. Dan moest ik weer terug voor een opname en begon het weer van voor af aan. Een jaar lang ging ik zo telkens de kliniek in en uit. Aan het einde van dat jaar liep ik achter met school en moest ik mijn stage uitstellen. Het was alsof ik daarmee ineens eindelijk besefte hoe ziek ik eigenlijk was. Hoewel ik altijd had weggewimpeld dat ik inderdaad boulimia had, werd me duidelijk dat ik deze ziekte wel degelijk had. Daarbij zag ik hoe wanhopig mijn moeder was toen bleek dat ik voor de zoveelste keer was teruggevallen. Al deze dingen samen zorgden ervoor dat een knop vanbinnen werd omgezet. Ik liet me weer opnemen maar dit keer was ik vastbesloten om beter te worden. Ik heb keihard aan mezelf gewerkt en toen ik naar huis mocht, ben ik therapie blijven volgen. Dat de knop omging, betekende niet dat ik meteen beter werd. Ik moest er keihard aan werken en het ging nog steeds met vallen en opstaan. Maar na elke terugval was ik vastbesloten om snel weer op te krabbelen. Ik wilde beter worden.

Ik blijf bewust van valkuilen die er zijn en waar ik op moet letten. Eerlijkheid is daarin belangrijk. Als het niet goed gaat, geef ik dat toe. Een eetstoornis zorgt dat je juist heel afgezonderd leeft, door open te zijn is de kans op terugval minder. En als ik een terugval heb, blijf ik er niet in hangen. Zo waren de feestdagen voor mij erg moeilijk en begon ik over de loop van december allemaal eten weer uit mijn dieet te bannen, in plaats van me te houden aan het voedingsvoorschrift van de kliniek. Na de feestdagen besefte ik waar ik mee bezig was en kon ik ermee ophouden. Ik denk dat het altijd moeilijk blijft, een zwakke plek die niet weggaat. Want soms mis ik het ook. Het gevoel van eten en overgeven geeft een soort high, vandaar dat het zo verslavend is. Maar ik weet ook hoeveel ik daarmee kwijt raak. Ik heb nu tijd en energie voor school, vrienden en familie. Eerder draaide alles om de boulimia. Hoe lang het duurt voor je echt genezen bent, weet ik niet. Maar ik weet wel dat ik op de goede weg ben en al een groot deel overwonnen heb. En ik ben vastbesloten om op die goede weg te blijven.

Liefs Eva

“Het gaat een stuk beter met me sinds het oké is als het even niet goed gaat”

Advertenties

Een reactie op “Mijn Verhaal

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s