Wat (niet) te zeggen tegen een eetstoornis

De titel zegt eigenlijk al waar het deze keer overgaat. In deze blog ga ik beschrijven wat je wel en niet tegen iemand met een eetstoornis kan zeggen. Veel mensen zeggen dingen waar ze niet bij nadenken, dat moet eigenlijk geen probleem zijn. Maar tegen iemand met een eetstoornis en alles er omheen kan je niet zo makkelijk onder bepaalde onderwerpen uitkomen, die mensen denken er namelijk erg veel over na. Ik geef vooral aan wat bij mij wel en niet gezegd kan/kon worden, omdat ik van mezelf dat natuurlijk het beste weet.

  • Ik kan er niet zo goed tegen als mensen tegen mij zeggen: ‘Ik snap je.’

Waarom heb ik daar zo’n hekel aan? Omdat niemand weet hoe het er in mijn hoofd aan toe gaat, ze weten niet wat een eetstoornis, (lichte) depressie of andere ziekte inhoud als ze het zelf niet hebben. Van mijn lotgenoten kan ik het accepteren, die weten immers wat het gevecht inhoud en wat er ongeveer in mijn hoofd omgaat.

Ik kon er echt heel erg agressief over worden als iemand het zei, terwijl diegene het zelf niet heeft. Hoe kunnen anderen het snappen als ik het soms zelf niet snap? Nu is die boosheid veel minder geworden, maar ik vind het nog wel lastig om te horen. Gebruik in plaats van ‘Ik snap je’, liever: ‘Ik begrijp je’, of ‘ik kan het inzien.’ Dat laat mij meer zien dat diegene een bepaalde handeling of gedachte van mij begrijpt of het kan inzien, maar het niet snapt. Dit klinkt misschien een beetje raar, want snappen en begrijpen zijn eigenlijk hetzelfde. Maar voor mij komt het woord ‘begrijpen’ wat beter over dan het woord ‘snappen’.

  • ‘Moet je niet wat meer eten?’

Dit kreeg ik veel te horen, van mijn ouders, toen ik erg diep in mijn eetstoornis zat. Ik werd hier zo erg boos om. Want wat er achteraan kwam was meestal dat ik werd gepusht om meer te eten, er werd extra opgeschept of ze werden boos op mij. Omdat ik zo diep in mijn eetstoornis zat werd ik gillend gek. Ik ging me verzetten. Wat gebeurd er dan? De eetstoornis komt enorm naar voren: bij mij is dat echt het kleine kind dat haar zin niet krijgt. Ik ging gillen, krijsen, stampen, trappen, slaan en erg hard huilen. Ik ging ook het extra opgeschepte eten aan de kant schuiven, soms nog wel meer, of het terug in de pan doen om het niet op te eten.

IMG_2081
‘Ik wil niet! Ik ben te dik! Ik heb al te veel gegeten! Ik wil niet nog een stuk fruit! Ik wil niet nog wat drinken! Laat me met rust! Laat me verdwijnen!’

Als iemand erg in zijn/haar eetstoornis zit moet je dat juist niet doen. Leg de verantwoordelijkheid bij die persoon zelf. Zeg iets in de trant van: ‘Is dat verstandig om te doen?’ die persoon kan zelf bepalen wat hij/zij doet. Pushen en ruzie maken heeft geen zin, je krijgt er alleen maar een grotere eetstoornis van. Ja, het kan ertoe leiden dat de eetstoornis zegt dat diegene minder moet eten, moet afvallen, compenseren, eetbuien hebben en ga zo maar door, maar praat er met hem/haar over op momenten dat ze niet achter een bord met eten zitten. Geef die persoon motivatie om wel te eten, niet te compenseren of eetbuien te hebben, waarom het leven beter is zonder eetstoornis of haal herinneringen op toen hij/zij nog geen eetstoornis had en die erg leuk waren.

En laat hem/haar naar een specialist gaan die hun in de gaten kan houden, met wie ze kunnen praten en ze op kan laten nemen als het echt nodig is.

  • ‘Wat zegt je gezonde kant? Waarom doe je dat?’

Deze vragen zijn eigenlijk best goed, maar vraag het op een moment dat die persoon niet al te diep in zijn/haar gedachtes zit, hij/zij moet wel bij zijn/haar gedachtes en gevoelens kunnen komen. Dit helpt mij, nu ik in herstel zit, heel erg. Dan ga ik nadenken waarom ik bijvoorbeeld een koekje afbreek of een paar millimeter minder inschenk. Het zijn eigenlijk stomme dingetjes waar je eetstoornis van denkt dat het goed is om dat te doen. Zo eet/drink je wat minder, maar het verschil is zo klein dat het gewoon belachelijk is. Ik word door die vragen veel geconfronteerd met belachelijke handelingen. Als ik er dan ook nog op in ga, met een gezond verstand, dan kan ik er echt om lachen. Ik bedoel: een ‘normaal’ mens heeft niet de gedachte dat je één nootje minder moet eten of dat minder broodbeleg elke dag ervoor zorgt dat je afvalt. Die gedachtes zijn belachelijk. Net als de gedachte: ‘Een snoepje is eng.’ Ga maar eens naar een supermarkt en vraag naar ‘enge’ producten. Ze kijken je aan alsof je gek bent of dat een bepaald product je aanvalt en je gaat opeten.

set it free

Als ik het er over hebben met andere eetstoornispatiënten lachen we erom, die eetstoornis is zo enorm stom. Waarom ben je er toen ooit naar gaan luisteren?

Ga als naaste er maar eens lacherig op in (let wel op op die persoon zijn/haar stemming, niet doen als diegene enorm in zijn/haar eigen wereldje zit). Waarom iemand bijvoorbeeld een half koekje weggooit of een stuk sinaasappel verstopt in zijn/haar joggingbroek. Dat verschil maakt niets uit. Lach die eetstoornis samen uit.

  • Overal wat achter zoeken

Ga niet achter elke handeling een eetstoornishandeling zoeken. Sommige dingen heb je van kinds af aan jezelf al aangeleerd. Zoals het eten op een bepaalde manier, het snijden of het beleggen van je brood. Als je iets opvalt wat niet normaal is voor die persoon vraag het dan rustig en niet achterdochtig, zo voorkom je, een beetje, de verdediging. Stel de vragen van het vorige stukje: ‘Waarom doe je dat? Wat zegt je gezonde ik?’ Als diegene er niet op in wil gaan, laat hem/haar met rust en houd het op een afstandje in de gaten.

  • ‘Je bent niet dik.’ ‘Je bent mooi.’

Ook al had ik zo’n hekel aan deze zin, het is goed dat het steeds herhaalt wordt. De eetstoornis maakt je wijs dat je dik/lelijk/het niet waard/of wat dan ook bent. Je hebt een externe prikkel nodig die vertelt dat het niet waar is wat die eetstoornis zegt.

Vertel diegene hoe je hem/haar ziet, wat je mooi en leuk vind aan hem/haar. Vertel de waarheid. Als de eetstoornispatiënt het vaak genoeg hoort in het herstel zullen ze langzaam maar zeker er een beetje van horen en het heel misschien een beetje gaan geloven.

  • Relativeer

Relativeer eetstoornisgedachtes door te vertellen dat bepaalde dingen niet waar zijn, waarom het belachelijk is, dat het stom is of dat het niet klopt. Ga er samen even op in en probeer je punt te maken. Laat diegene ook nadenken en probeer hem/haar te stimuleren om het ‘gezonde’ naar boven te halen en er dan naar te kijken.

Ik wil meegeven dat het erg belangrijk is om veel dingen samen te doen. Praat samen over de situatie, ga uitdagingen aan, maak mooie herinneringen waar de eetstoornis weinig aanwezig is, relativeer of vertel de waarheid. Dit maakt het vechten waard en dan hoeft diegene niet alleen te vechten.

 

Ik hoop dat jullie hier wat aan hebben.

Succes en veel liefs, Rianne.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s