Opnames deel 2: Smilde

Deze blog gaat over mijn opname in Smilde. Het is best heftig om te lezen, dus hierbij mijn waarschuwing. Ik heb niet alles beschreven, want het was een lang traject. Houd in gedachten dat ik nu heel erg ver ben gekomen en dat ik echt ben veranderd sinds toen.

Accare Smilde, de Ruyterstee

2 december 2014 werd ik opgenomen in Smilde. Ik weet niet meer zo goed hoe ik die dag had ervaren. Ik weet wel dat ik al mijn spullen had ingepakt en dat we mijn spullen van het kamertje in het ziekenhuis naar de auto hebben gebracht met een rolstoel. Ik weet nog dat ik in de auto naar buiten zat te staren, mijn hoofd vol met gedachtes. Ik was zenuwachtig, bang, verdrietig. Alles tegelijk. Ik wist niet hoe die patiënten er waren, hoe de behandelaren en begeleiders waren, wat voor therapieën ik zou krijgen en wat ik moest eten.

de ruyterstee
Dit is het ‘bungalowhuisje’ eetstoornissen, later ‘Afdeling E’

In het huisje kreeg ik een grote kamer voor mij alleen. Koude vloer en leeg. Een bed, kast met wasbak, bureau en nachtkastje stonden er en dat was het. Omdat de kamer zo ruim was leek het leeg, terwijl het best meeviel. Ik heb mijn spullen uitgepakt en wat dingetjes opgehangen aan de muur, dat maakte het al wat fijner.

Mijn eerste maaltijd daar was enorm eng. Ik kende niemand daar en dan moest ik ook nog iets anders eten, misschien zelfs wel meer. Ik ging aan tafel. Gelukkig waren mijn ouders erbij. Ik had mijn eerste boterham op, dat was mijn ‘eetstoornis-goedgekeurde-portie’, toen moest ik opeens nog een boterham erbij eten. De angst greep me bij mijn keel. Help! Ik wil niet nog een boterham! Dan ga ik aankomen! Dat wil ik niet! Dat is te veel! Ik durf niet zo goed tegen onbekenden ‘nee’ te zeggen, dus ik deed het maar. Ik zou wel andere maniertjes vinden om het niet te doen. Ik voelde me enorm schuldig en was zo boos. Op mijn kamer heb ik in mijn moeders armen gehuild en gehuild. Ik wilde weg. Ik moest weg. Ik wilde niet aankomen. Ik wilde niet van mijn eetstoornis af, ze is mijn enige en beste vriendin. Nu ik dit schrijf krijg ik enorm last van mijn emoties. Ik word er verdrietig van. Ik voelde me zo eenzaam en hopeloos dat ik niet geholpen wilde worden en dat ik aan mijn eetstoornis bleef vastklampen.

Ik moest elke maandagochtend voor het ontbijt wegen. Die dinsdag dat ik werd opgenomen heb ik bij de medische poli gewogen, om  het verschil tussen het ziekenhuis en daar te meten. Het gewicht was te laag dus er werden regels aan verbonden. Ik mocht niet lopen, ik moest in de rolstoel vervoerd worden, ik moest de eerste weekenden op de locatie blijven omdat het gewoon gevaarlijk was om mij naar huis te laten gaan, ik moest douchen met toezicht, de deur dus niet op slot en nog wel wat meer.

Het rooster was elke week hetzelfde eigenlijk. Je had elke dag minimaal 2 therapieblokken. Dit waren ze: weegbespreking, doelengroep, dieetmanagement (gezellig man, altijd leuk), lessen in geluk (dat was soms echt wel leuk! Don’t get me wrong), PMT, CT, Exposure en je had de gezinsgroep waar een bepaald aantal cliënten aan meededen die zich ervoor hadden ingeschreven. De ene was nuttiger dan de andere, maar doordat ik weinig energie had en mezelf afsloot kon ik heel veel niet volgen. Ik voel steeds bijna in slaap.

De eetmomenten waren ook niet echt fijn. (Goh, Rianne. Echt joh?) Ik weet niet waardoor het komt, maar ik denk ook door de druk die op ons werd gelegd door de groepbegeleiding dat we alles op moesten eten, want anders kregen we nutri of moesten we het vervangen met iets anders. Iedereen zat bijna helemaal met het hoofd in het bord, niemand praatte, behalve de begeleiding, iedereen was gespannen. De een zwiepte met de benen, de ander kneep in een stresbal en weer een ander trilde met zijn/haar been. Er werd overal op gelet en er werd overal wat achter gezocht. Je zag mensen smokkelen, maar je wilde er niks van zeggen omdat je bang was voor de reactie. De begeleiding moest het maar doen. Ook bij het avondeten ging het zo, alleen voor iedereen was het avondeten het lastigst. Er hing niet bij ons, wat in de andere huisjes wel het geval was, een lijst met wat we gingen eten. We kregen avondeten van de keuken van het hoofdgebouw. De hele middag zat iedereen al te stressen over het avondeten. Waren het weer schnitzels? Zat er saus bij? Moesten we er een saus bij? Was er iets gebakken? Zaten er spekjes in? En als de kar er dan was rende iedereen er naar toe om te kijken wat het was. Om vervolgens een zucht van opluchting te laten horen of om het lichaam vol spanning vast te zetten voor wat we moesten gaan eten. Na het avondeten was iedereen enorm gespannen en was het weer afwachten hoe iedereen de dag zou afsluiten.

Mijn opname daar was een ramp. Eerlijk waar. Ik heb alles en iedereen, inclusief mezelf, voorgelogen. Gesmokkeld, gecompenseerd, dingen verstoppen en zelfs mezelf verstoppen voor iedereen. Ik moest en zou bezig met mijn schoolwerk, ik moest mijn examens halen. Niemand mocht mij toch en ik was toch niet leuk genoeg voor ze, ik ben saai, waardeloos en hopeloos. Ik sloot mezelf op in mijn kamer. Elke dag, ik kwam wel eens naar beneden voor de maaltijden, therapiesessies of school, maar ik was meestal op mijn kamer. Ik ging met niemand echt om en besprak ook niets. Ik hield alles voor mezelf. Als mijn eetstoornis dan bezig was kon ik dat op mijn kamer eruit gooien, huilen, huilen en nog eens huilen. Bellen met mijn moeder en maar blijven huilen. Ik bleef er maar in hangen. Ik wilde niets met de andere meiden delen en als ik dat wel deed voelde ik me schuldig omdat ik ze misschien triggerde of dat ze me vervelend zouden vinden, een zeur. Ik hield me maar stil. De meiden zaten zelf met hun problemen. Sonde, zelfbeschadiging, braken, veel bewegen, laxeren, smokkelen, depressief, zelfmoordneiging, weigeren en liegen. Elke dag kwam je het tegen. Gelukkig kwamen er op een gegeven moment nieuwe meiden in de groep en die zorgden ervoor dat alles wat luchtiger werd. Dan konden we iets makkelijker lachen en eten. Geloof me, ik heb ook wel leuke en goede momenten en gesprekken gehad met mijn groepsgenootjes, maar ik gedroeg mezelf afstandelijk en daardoor ben ik, denk ik, toch wel belangrijke vriendschappen misgelopen. Ik heb er één echte vriendin gemaakt met wie ik nog steeds contact heb en daar ben ik dankbaar voor, want we steunen elkaar door dik en dun. Dankjewel meid♥

Ik stapelde al mijn gevoelens door de week op en gooide ze thuis er weer uit. Dat uitte zich al in de auto, helaas. Ruzies, gillen, huilen, krijsen, trappen, slaan, enorm veel liegen, zelfmoordgedachtes en bijna pogingen, en nog wel meer dingen. Ik heb mijn vader, moeder en zusje aan het huilen gemaakt en dat kon me niks schelen. Als ik maar niets hoefde te eten. Ik was een verschrikkelijk monster geworden of nou ja, het monster was naar buiten gekomen.

IMG-20151118-WA0002
Eva kwam wel eens langs♥

Ik heb 7 maanden in Smilde gezeten, zo lang doordat ik maar niet aankwam of heel langzaam. Ja, vind je het gek als ik thuis alles weggooi, niet eet en ga compenseren. Ik volgde de afspraken niet. We hebben thuisbegeleiding gehad en daar heb ik zelfs een uitbarsting bij gehad, ik had ruzie met een van de twee gekregen. Ik heb 2 externe time-outs gehad en uiteindelijk heb ik mij eruit gelogen en ‘gegeten’. Ik hield mijn gewicht ‘stabiel’ met trucjes en loog dat het wel goed ging thuis, zodat ik er weg kon. Weg bij die verschrikkelijke plek van beperkingen, regels en mensen die je behandelen alsof je een kind bent dat moet worden aangepakt door meerdere politie-agenten (wat eigenlijk ook nodig is, aangezien je echt een klein, opstandig kind bent..). Weg bij mijn schuldgevoelens tegenover de andere meiden, de schaamte, de eenzaamheid, ik zou het zelf wel oplossen. Ik zou naar Human Concern gaan.

Ik heb meerdere malen gehoord dat dat niet verstandig was van groepsgenootjes, maar ik moest weg bij Smilde. Ik weet ook wel dat dat niet verstandig was, want zodra ik uit de kliniek was viel ik weer af.

Ik wil met deze blog laten zien dat een eetstoornisopname geen pretje is. Ik wil laten zien dat ik mezelf niet was op dat moment, het was puur eetstoornis. Ik kan nu ook wel lachen om de dingen die ik heb uitgevoerd in het ziekenhuis en in Smilde, want ze waren enorm stom. Ik bedoel, een halve sinaasappel weggooien omdat dat zin zou hebben? Absurd. Maar ik ben op zich wel blij dat mijn ouders mij er heen hebben laten sturen, dat ik wel ben begonnen met het meemaken van de strijd van anderen en mezelf tegen de eetstoornis.

Ik kan nu zeggen dat ik ver ben. Erg ver. Het vervolg komt wel als ik er klaar voor ben. Die is mooier en fijner om te lezen.

Veel liefs, Rianne

Advertenties

One thought

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s