Wat heeft de kliniek mij gebracht deel 3

In het laatste deel van deze reeks blogs over de kliniek ( voorlopig ), wil ik het hebben over mijn redenen om de kliniek in te ( zijn ge-)gaan. Ook vertel ik wat de kliniek mij heeft gebracht en wat ik daar heb geleerd. Mocht je zelf in twijfel zitten over een opname in de kliniek dan helpt dit je misschien om een keuze te maken. Bedenk wel: dit waren mijn redenen, die van jou kunnen totaal anders zijn.

Mijn redenen:

Ik koos voor de kliniek op het dieptepunt van mijn eetstoornis. Eigenlijk was het vrij makkelijk: de kliniek, meer eten of een ziekenhuisopname. Die ziekenhuisopname zag ik écht niet zitten maar het meer eten lukte me ook niet. Het was ontzettend dubbel: ik wilde beter worden en ik wilde wel eten, maar tegelijkertijd is ook de anorexia tegen je aan het schreeuwen dat je niet mág eten. Ik had de energie niet om tegen die stem te vechten en realiseerde me dat ik meer eten gewoon niet alleen kón.

Thuis lukte het niet om mijn eetlijst op te hogen, dit durfde ik niet en had totaal geen zin. Ik compenseerde het direct weg door met iets anders te minderen. Er ontstond strijd tussen mijn ouders en mij en dit wilde ik écht niet. Ik hield ( en houd ) van ze en wou ze geen pijn doen. Toen ik dan ook op vakantie het boekje van Marit Brugman ‘Friet in de kliniek’ las, wist ik dat ik de kliniek in moest. Het was super dubbel, want m’n eetstoornis wou dit natuurlijk absoluut niet maar ik had zo’n drive om een beter te worden dat ik dit móest doen. In de kliniek zou er meer op me worden gelet en zouden er vreemde ogen mee kijken naar mijn eten. Super spannend, maar doordat het niet vertrouwde ogen zouden zijn zou ik minder snel het eten durven te weigeren had ik in m’n hoofd. En dit klopte.

Ook wist ik dat ook al kon ik wel een beetje aankomen thuis, dat dit heel langzaam zou gaan, met veel ups and downs en dat mijn herstel veel langer zou duren op deze manier. Het zou dan ook weer langer duren voordat ik met therapie verder kon gaan en voordat ik m’n leven weer op kon pakken. In de kliniek zou het aankomen sneller gaan ( wat ik echt DOODENG vond! ) en dus zou ik me ook weer sneller lichamelijk beter voelen en meer energie en concentratie krijgen. Op het moment dat ik koos voor de kliniek zat ik in therapie bij Human Concern, maar doordat ik er zo slecht aan toe was kwamen we totaal niet verder met de achterliggende functies: ik zat letterlijk vast.

Wat ik nog even wil benadrukken is dat het een enorm grote tweestrijd is: het is echt de ultieme battle tussen je gezonde stem VS je eetstoornis, maar toen ik koos voor de kliniek wist ik dat ik een hele grote stap had gezet in m’n herstel, nu zou ik écht gaan aankomen, er was geen weg meer terug. En ik moet zeggen: ik ging er ook compleet voor, in de kliniek heb ik m’n eetstoornis qua eten echt alle hoeken van de kamer laten zien. Ik pakte elke uitdaging aan en ging echt het gevecht aan. Dit was me thuis nooit gelukt, de kliniek gaf me handvatten door afspraken, een eetlijst en motiverende groepsgenoten en socio-therapeuten die er 24/5 waren.

recovery

Wat heeft de kliniek mij allemaal gebracht?

Sowieso het belangrijkste wat ik heb geleerd is om weer te leren eten: 7 eetmomenten op een dag, volwaardige maaltijden met tussendoortjes en af en toe uitdagingen. En je móest het allemaal opeten. Er waren bepaalde maatstaven waar je maaltijd aan moest voldoen en regels omtrent je eetlijst. Dit was fijn en gaf structuur. Je bouwde de eetlijst in 2 a 3 weken op. In het begin was het echt doodeng, voor mij waren er allemaal nieuwe dingen: een koek bij de koffie, boter smeren, kaas als beleg, zoet als beleg, aardappels, pasta, olie en een hartige snack savonds met fris. Toen ik de lijst voor het eerst onder ogen kreeg dacht ik echt dat ik een tientonner zou worden, dat ik in 1 week wel 10 kilo aan zou komen. Maar het valt echt alles mee. Voor iedereen die ik nu heb afgeschrikt: lees eerst dit nog even voordat je wegklikt: je krijgt weer zo snel mogelijk een normaal eetpatroon ( deze lijst is gewoon de Algemeen Gezonde Voedingslijst, dit betekend: iemand met overgewicht valt er van af, iemand met een normaal gewicht blijft stabiel en iemand met ondergewicht komt er van aan ). Je lichaam krijgt een boost en gaat sneller herstellen. Ook voel je je snel geestelijk veel beter en krijg je energie. Het is het zó waard. En van deze lijst kom je dus niet veel aan, als ik me een week aan deze lijst hield kwam ik max 5 a 6 ons aan. En dat is prima, dat was ook de eis. ( Kom ik bij het volgende punt op terug ). Maar ik ging ook nog vaak de stad in met de anderen en dan namen we een taartje en ging ook met veel van hun uitdagingen aan. Bij mij ging het dus wat sneller, maar dit zorgde er ook voor dat ik weer eerder uit de kliniek was.

Dan, de aankomeis: 5 ons per week minimaal. Dit klinkt doodeng, maar het valt zo mee. Dat betekent dus 2kg per maand. En je mag maximaal 6 maanden daar zitten dus dat betekent dat je maximaal 12kg aan zal komen. Ben je eerder bij je streefgewicht of een gezond BMI dan mag je eventueel de lijst wat afbouwen. Let wel op: wanneer je op een gezonder gewicht komt gaat je lichaam vanzelf stabiliseren. Als je bijvoorbeeld bij bmi 19 op 60kg zit, dan zal je lichaam vanzelf gaan stabiliseren en zal je gewicht gelijk blijven. Doordat er een aankomeis was, en het echt werd geprezen wanneer je was aangekomen gaf het ook minder drang om te compenseren ( voor mij dan). En je voelde je minder snel dik.

Wat ik ook leerde: eten en uitdagingen zijn helemaal niet zo eng. Hoe vaker je iets eet: zoals bijvoorbeeld vlokken op brood, saus bij de aardappels of zelfs een stuk taart, hoe minder eng het de volgende keer is. Op gegeven moment is het zelfs vanzelfsprekend. En je lichaam reageert iedere keer ook weer anders: het gaat om het complete plaatje van wat je eet, en niet van 1 maaltijd of 1 tussendoortje. Ik dacht echt dat als ik een keer een stuk cheesecake at ik daar direct een kilo van aan zou komen, hoewel ik dan de week daarop op de weegschaal stond en gelijk was gebleven of zelfs was afgevallen. Je weet het nooit met je lichaam. Maar herhaling is echt the key.

Uit je vertrouwde omgeving gaan hielp mij ook heel erg. Doordat ik in een omgeving kwam waar ik niemand kende en opeens in een nieuwe groep zat waar ook allemaal mensen met een eetstoornis zaten, leerde ik me aanpassen, m’n gezonde kant naar boven roepen en me minder van m’n eetstoornis aan te trekken. Hier word je echt in gestimuleerd door je groepsgenoten en dat hélpt enorm. Ook is het vertrouwde van thuis en je eigen eetstoornis ritme er niet meer en dat is weer -1 voor de eetstoornis. De eetstoornis krijgt geen ruimte om je terug te trekken naar zijn kant.

Wauw en ik heb geleerd geduld te hebben! Niet nor-maal. Sowieso leer je natuurlijk om te gaan met de andere groepsgenoten en dat is al lastig zat aangezien ieder z’n eigen eetstoornis trekjes heeft ( ook heel veel andere lieve trekjes hoor, maar de ES trekjes zijn natuurlijk optimaal aanwezig ;)). Maar vooral word je geduld immens op de proef gesteld, vooral met avondeten opscheppen was dit echt iets waar ik me bij in moest houden. Het ging zó langzaam, en er werd zoveel gemiept: ‘Volgensmij heb ik veel meer dan…’ of ‘Dit kan toch nooit een normale hoeveelheid zijn!’. Zucht, steun, kreun. Dit was trouwens niet bij 1 persoon hoor, dit werd door bijna iedereen wel gezegd. Ik dacht het zelf ook, maar ik zei het niet. Maar je geduld word dus echt op de proef gesteld en dit maakte me vaak nogal chagrijnig. Maar nu heeft het wel z’n pluspunten dat ik daar zo vaak heb gewacht en heb geleerd m’n mond dicht te houden.

Ook leerde ik stil te staan, letterlijk. Thuis bewoog ik super veel, dit was mijn bron van compensatie. Toen ik in de kliniek was, mocht ik eerst alleen een kwartiertje lopen. Verder moest ik met de rolstoel naar buiten. Voor mij was dit echt een killing. Ik was erg gesteld op mijn momenten buiten, en liep thuis elke dag in het bos. Dat dit niet kon maakte me echt gek, ik werd er zo verdrietig van. Maar hoe meer ik aankwam hoe meer ik mocht en dat gaf me ook motivatie: ik wou weer kunnen sporten en wandelen dus dan moest het maar. En kijk me nu! Ik sport zelfs weer in de sportschool, dat had ik een jaar geleden echt niet gedacht!

Als laatste leerde ik heel veel liefde te ontvangen en te geven aan m’n groepsgenoten. Wat heb ik daar ontzettend lieve meiden ontmoet, waar ik nog steeds bijna dagelijks contact mee heb. Je leeft zo intens met elkaar en kent elkaar door en door. Het is zo bijzonder wat voor band je met elkaar krijgt. Deze ervaringen met hun in dit dieptepunt van ons leven neem ik voor altijd mee, en dat is echt heel waardevol.

Twijfel jij zelf of je moet gaan voor een opname in de kliniek en je wil meer informatie of gewoon jou verhaal erover kwijt? Dan mag je altijd contact opnemen met een van ons!

Ik hoop dat je er wat aan hebt of dat je het interessant vond om te lezen.

Liefs,

Anne Dore

 

 

 

Advertenties

De evolutie van het monster in mij

Het opschrijven van mijn verhaal is altijd een beetje een struggle geweest. Ik wil geen haat krijgen, maar ik wil weer wel vertellen hoe het bij mij is ontstaan en wat er is gebeurd. Ik zal wel wat details weglaten en proberen het zo oppervlakkig te houden, maar soms komen er dingen in voor die ik moet delen, omdat ze gewoon erg belangrijk voor het ontstaan zijn.

 Jeugd

Mijn jeugd was niet heel erg fijn. Als kind was ik al erg voorzichtig en onderdanig. Elke keer als iemand mij aansprak op mijn gedrag werd ik bang. Ik werd helemaal bang en paste me gelijk aan. Mijn hele leven staat eigenlijk in het teken van de vrede bewaren, aanpassen en voorzichtig zijn met wat ik doe, zeg en denk.

Basisschool

Op de basisschool kwam mijn onzekerheid nog meer naar boven.

Ik speelde buiten schooltijd eigenlijk nooit met klasgenootjes. Ik voelde me er niet fijn bij en was eigenlijk altijd thuis. Dan speelde ik met mijn zusje. We hadden altijd grote lol en konden het goed vinden.

Ik heb niet echt vrienden of vriendinnen gehad op de basisschool. Degenen met wie ik wel omging mochten van hun vriendinnen geen contact hebben met mij. Of in ieder geval niet close zijn met mij. Ze werden van me weggetrokken.

Mijn moeder naaide zelf kleren voor mij en ik vond het prachtig. Ik was er trots op. Ik wilde iedereen laten zien dat MIJN moeder kleren kon maken. Dus ik droeg de zelfgemaakte kleding naar school. Groep 1,2 en 3 maakte het niet zo veel uit, maar op een gegeven moment kreeg ik te horen dat ze lelijk waren. Ze horen niet bij de ‘normale’ kinderen. Ik ging vaker gekochte kleding dragen. Ik ging zoeken naar kleding die ik leuk vond, maar de kleuren en vormen die ik leuk vond stonden mij niet. Nog steeds niet. Zoals wit, grijs, lichte kleuren en pasteltinten. Ik word er een spook door. Mijn huid is te bleek. Ik haatte mezelf erom. Dan kom ik altijd terecht op het blauwe en zwarte, want dat is het meest neutrale en dat staat het beste bij mijn huid.

Ik droeg nog wel af en toe kleding die mijn moeder maakte. In groep 8 werd er achter mijn rug gesproken over mijn broek. Helaas deden ze het niet zacht genoeg en hoorde ik het. Ze noemde me een gothic, omdat mijn broek zwart was. Dat deed zo veel pijn. Vanaf dat moment besloot ik nooit meer zelfgemaakte kleding te dragen. En begrijp me niet verkeerd. Ik heb niks tegen gothics of welke groep dan ook, maar ik werd voor iets uitgemaakt wat niet zo was en ik was erg onzeker, dus het raakte me heel hard.

 

Middelbare school

De middelbare school. Een spannend moment voor ieder kind. Je gaat naar een andere school, andere mensen, andere manieren, andere leraren, meerdere lokalen, groter en ga zo maar door.

In de brugklas kreeg ik eindelijk mijn eerste echte vriendinnen. Ik ben zo blij dat ik ze heb. Ook met M van de basisschool werd ik toen goede vriendinnen.

In de brugklas ging het mis. Bij biologie moesten we onze gewichten opgeven om te kijken wat het gemiddelde was van de klas. Ik was de lichtste. Ik heb altijd in mijn hoofd dat gewicht gehouden. Ik moest en zou altijd de lichtste zijn van de klas. Ik moest ergens in uitblinken.

Het werd erger in mijn hoofd. Ik ging eerst subtiel minder eten bij de lunch. Ik at nog wel gewoon avondeten, koekjes, snoepjes en alles. Alleen wat minder ontbijt en lunch.

Er zijn problemen geweest met jongens uit mijn klassen, over de hele 6 jaar geteld, waar ik verliefd op werd. De ene maakte me belachelijk en ging iedereen zo’n beetje tegen me opzetten. De ander deed er niks aan. De ander heeft me gewoon gebruikt als in: dat hij me nodig had, hij bij me bleef, maar als hij een ander leuker meisje vond naar haar toe ging en mij keihard liet vallen. Als hij klaar met dat meisje was of het liep niet van beide kanten kwam hij terug. Ik had alles voor hem over. Hij heeft me zelfs gezoend en lieve dingen tegen me gezegd. Na een paar jaar kreeg ik te horen dat hij me nooit leuk heeft gevonden. Dat doet pijn. Zo erg pijn.

Met de ander kreeg ik verkering, maar bij hem ging het alleen maar om de seks en dat wilde ik niet.

illness of the mind

De middelbare school was niet alleen slecht. Ik heb echt genoten van mijn vriendinnen. We hebben hele erge lol gehad. Elke pauze bij elkaar gezeten, met elkaar gelachen en gepraat. Afgesproken, geknutseld, feestjes gehad enzovoort.  We steunden elkaar door dik en dun. Ze zijn stuk voor stuk geweldig en ik ben ze erg dankbaar. Lieve meiden die dit lezen: ik houd van jullie.

Elk jaar werd de eetstoornis sterker. Ik wist er niks van. Ik ging gewoon door. Ik moest wat afvallen, omdat ik had gehoord dat ik dik was. Ik vond mezelf ook dik en misschien zouden bepaalde dingen mij wel leuker staan als ik wat af zou vallen, mensen zouden me leuker vinden en me meer zien staan. Want ik kon iets wat anderen niet konden.

Ik mocht niet mezelf zijn, want ik ben raar. Ik moest normaal zijn. Ik moest volwassen zijn. Ik moest voor anderen zorgen. Ik vergat mezelf en zorgde voor anderen.

Ik moest presteren. Alles moest goed zijn, dus ook mijn schoolwerk. Ik mocht niet stoppen met huiswerk maken, totdat ik het echt af had en het snapte. Ik heb ’s avonds ruzie met mijn ouders gehad omdat ik zo erg obsessief bezig was. Ik kon niks meer opnemen. Ik werd agressief omdat ik het niet af had, ik snapte het niet. Ik moest het snappen en ik moest het alleen doen. Ik zakte van verdriet, paniek, boosheid en pijn in elkaar op de grond.

In de tussentijd kwam erbij dat mijn ouders ook nog gingen scheiden. Ik heb dit blijkbaar nooit echt verwerkt en gewoon weggedrukt. Op de plekken waar mijn ouders woonden en wonen heb ik allemaal stukjes geschiedenis/herinneringen. Ik voel me thuis niet meer veilig.

Ik kreeg op een gegeven moment ook door het afvallen last van allergieën en ik kon suiker niet meer zo goed verdragen. Ik dacht dat die niet goed verdragen van suikers genetisch lag, omdat mijn vader hypoglycemie heeft.

In de derde had in Natuur- en scheikunde en toen kwam ik naast een van mijn beste vriendinnen te zitten. Ik had lol. Mijn broek zat losser. Ik zo: ‘kijk, mijn broek is te wijd.’ ‘Oh dan is hij vast uitgerekt.’ Zei ze of iets in die trant.

Tijdens een biologieles zei een leraar van ons dat we ons beter zouden voelen als we minder suiker zouden eten en drinken en meer zouden bewegen, we moesten dat voor een maand aanhouden en onze gewichten opschrijven. Ik ging meedoen, want ik kon toch niet zo goed tegen suikers.

Toen ging het mis. Mijn gewicht ging sneller omlaag. Ik schrapte steeds meer dingen. Ik ging dieet sites opzoeken, ik ging alles geloven wat er stond. Ik moest meer bewegen. Toen begon het hardlopen, het intensief dansen, fietsen, lopen. Alles werd erger.

Het wegen kwam erbij. Voor en na elke maaltijd, zelfs na het drinken van water, ging ik mezelf wegen. Ik stelde regeltjes. Als ik ’s avonds zoveel in die dag was aangekomen moest ik die volgende dag minder eten.

Het minder eten werd erger. Ik ging dingen weggooien op school. Ik at op een gegeven moment niks meer op school. Zodra ik thuis kwam hooguit een stuk fruit.

Het gevoel van je slecht voelen voelde ik niet meer. Ik moest en zou dat gewicht omlaag zien gaan.

Mijn hoofd sloeg op tilt, zo zou ik het beschrijven. Ik werd geobsedeerd door het eten, niet eten, wegen en koolhydraten.

Ik heb bij een diëtiste gedraaid, maar die wilde me niet meer helpen omdat ik toch niet luisterde. Ik werd doorgestuurd naar de kinderarts. Daar moest ik elke week wegen. Mijn gewicht bleef dalen.

Na de zomervakantie van 2014 ging ik naar de 5e van havo. Het ging steeds slechter. Ik werd moe en kon de lessen niet meer volhouden. Mijn gewicht werd te laag. Mijn hartslag werd te laag. Ik kreeg last van kou, doorligplekken, pijn op mijn kont, ik had geen vlees meer, ik kreeg een slechte adem. Mijn benen deden erg snel pijn. Het ging slechter en slechter.

Nu schrijf ik alles erg gevoelloos op, omdat die tijd ook gewoon gevoelloos was, want dat doet de eetstoornis, het afvallen en het compenseren met je. Je bent niet meer in contact. Je emoties? Verdwenen. Je gedachtes? Verdwaalt naar het wereldje van compenseren, het afvallen, eten en niet eten.

In de zomer? Ik had het koud. Ik moest altijd een lange broek aan of een legging, shirts of zelfs vesten. Op school moest ik altijd voor of tegen de verwarming zitten. Ik kon niks meer meekrijgen en had het koud. Ik had pijn en wilde niet eten. Het is afschuwelijk.

De hel

In oktober 2014 kreeg ik de diagnose: Je hebt Anorexia Nervosa. Ik vond het vreselijk. Ik kreeg een stempel. Ik zou door het leven gaan met een ziekte die niet waar was. Het kan niet. Ik ben niet dun genoeg, het is niet ernstig genoeg, ik kan heus alles nog wel zelf. Eigenlijk zegt de eetstoornis dat, maar dat wist ik niet.

Ik heb het aan mijn vriendinnen en mijn mentor op school verteld. Ik zei tegen hun dat ze me gewoon moesten behandelen als een normaal iemand, niet als een ziek iemand. Ik wilde niet met het stempel geconfronteerd worden, maar eigenlijk wilde ik ook niet dat ik hulp zou krijgen. Ik wilde verder afglijden. Sommigen reageerden heel lief en steunend en de anderen begrepen het niet. En bij mijn mentor? Ik ben in huilen uitgebarsten, wat overigens erg bijzonder is aangezien ik niet wil dat iemand me ziet huilen. Ik voelde me verschrikkelijk, een raar wezen. Hij begrijp me ook niet, nog steeds niet, maar hij is me altijd blijven steunen.

Ik ging ‘gewoon’ door met school. Ik heb de eerste tentamenweek gemaakt in de winter. In een ijskoude stilteruimte, harde stoelen, slechte conditie, maar een ijzersterke wil en concentratie. Ik moest en zou dat jaar slagen.

Toen kwam de hel. Ik weet het nog als de dag van gisteren. 20 november 2014. Ik had school en na school moest ik naar de kinderarts om te wegen. Ik wist dat ik was afgevallen, ik wist hoeveel ik ongeveer woog, maar dat kon me niks schelen. Het gewicht moest verder omlaag.

Elk weegmoment was enorm spannend. Mijn hart bonkt in mijn keel. Ik had standaard rituelen voor het wegen. Ik mocht zoveel uur van te voren niks meer eten en drinken, ik moest de honger voelen en ik moest voor het wegen naar de wc. Als het wachten te lang duurde ging ik nog een keer naar de wc. Alles moest uit mijn lichaam zijn, alles was extra gewicht. Ik moest en zou het echte gewicht weten.

Toen kon ik eindelijk naar binnen. Wegen. Kleding uit en in ondergoed op de weegschaal. Een ziekenhuis weegschaal die echt vele malen nauwkeuriger is dan een thuisweegschaal. Afgevallen. Een glimlach op mijn gezicht. Mijn kinderarts schrok. Ze bekeek mijn lichaam, hartslag en bloeddruk. Ik weet nog hoe dat was. Ik zat op het onderzoekbed-ding, hemd uit en ze pakte het vel op mijn buik, het was niks. Ze zei dat ik gewoon geen vet meer op mijn lichaam had. Ik had donshaartjes, rode plekken op mijn ruggengraat, ijskoude handen die blauw waren en zelfs onder mijn nagels was het paars, futloos haar, een gezicht zonder emotie en heel erg spits, hartslag veel te laag en mijn bloeddruk ook.

Ik mocht me aankleden. Ze ging overleggen. Na een paar minuten kon ik bij haar komen samen met mijn moeder.

Ze zei iets in de trant van: ‘Je gaat nu naar huis, je pakt je spullen en morgen om 10 uur word je opgenomen in het ziekenhuis.’

Ik weet niet meer hoe ik reageerde. Ik kreeg een stomp in mijn gezicht en buik. Ik kon niks meer zeggen. Het is allemaal vaag vanaf dat moment.

Thuis aangekomen ben ik gelijk tegen de verwarming aan gaan zitten en ik ben in huilen uitgebarsten. Het mag niet! Het kan niet! Ik moet nog verder afvallen! Ik wil niet eten! Ik wil niet aankomen! Ik wil niet herstellen! Ik wil geen therapie! <- eetstoornis.

Mamma is gebleven totdat pappa thuis was. Hem alles uitgelegd en pappa heeft zelfs gehuild.

De volgende dag, 21 november 2014, werd ik opgenomen. Ik vond het verschrikkelijk. Mamma was jarig en ik werd opgenomen. Hoe konden ze dat doen!? Ik mocht geen lessen meer volgen?! Alles valt weg! Nee! Nee! Nee!

Mamma zei tegen mij: ‘Ik vind het helemaal niet erg dat je opgenomen wordt op mijn verjaardag, dat is het mooiste cadeau wat ik kan krijgen: Dat jij wordt geholpen.’ Nu springen bijna de tranen in mijn ogen. Ze heeft gelijk gehad.

Rianne

Mijn tijd in de kliniek deel 2

18194967_1157539807708197_236765935380442322_n

Toen ik de keuze had gemaakt voor de kliniek, zijn we vrijwel meteen in actie gekomen. Zo’n maand later kon ik komen kijken om een impressie te krijgen van waar ik terecht kwam en om uitleg te ontvangen over wat me te wachten stond. Met knikkende knieën ging ik samen met m’n ouders naar Groningen, naar PsyQ. Het gebouw jaagde me angst aan, hij werd op dat moment net verbouwd en zag er dus grauw en ongezellig uit. Op de tweede verdieping was een kliniek voor drugsverslaafden en op de derde verdieping zat de eetstoorniskliniek. De kliniek zelf was best gezellig, een leuke huiskamer en een mooie eetkamer, en je persoonlijke kamer was groot en had een eigen badkamer. Toch voelde ik me totaal niet op m’n gemak. Het mocht er dan zo goed uitzien, maar dit was wel de plek waar ik aan moest gaan komen en waar ik zou moeten verblijven voor een aantal maanden. Ik weet nog dat ik erg stil was op de terugweg naar huis. Zoveel gedachten gingen door m’n hoofd, en de alarmbellen gingen rinkelen: Hier ga ik écht niet heen, ik doe het zelf wel! dacht ik. Maar toen we bijna weer thuis waren wist ik zelf ook wel dat ik moest. En een andere kliniek zou niet perse beter zijn. PsyQ stond ook goed bekend omdat de wachtlijst kort was. Toen besloot ik om me toch aan te melden.

Helaas was die wachtlijst langer dan we dachten en gingen er nog een aantal maanden overheen, maanden waarin ik er nog erger tegen op ging zien en gefrustreerd raakte omdat ik zo lang moest wachten. Ik begreep het wel, natuurlijk, want eerst zou iemand anders daar weg moeten voordat ik geplaatst kon worden. Maar als je eenmaal de keuze hebt gemaakt om naar een kliniek te gaan dan ga je het liefst direct. Want dan ben je er ook weer sneller vanaf.

Een week voor mijn opname ontmoette ik mijn groepsgenoten, met lood in m’n schoenen liep ik de woonkamer in waar ze op ons ( er werd ook een ander meisje opgenomen tegelijkertijd met mij ) zaten te wachten. Ik was niet eens bang om hun te ontmoeten. De enige gedachte die door mijn hoofd speelde was: ‘Ik zal wel de dikste zijn.’ Natuurlijk had ik ongelijk, wat ook logisch is: als je nieuw word opgenomen zal je écht niet de dikste zijn. Gelukkig was de groep erg aardig en liepen er een aantal mee om de kamers te laten zien.

Woensdag 5 oktober werd ik officieel opgenomen. De maandag daarvoor was al een dag geweest waarop ik allemaal gesprekken had gehad en een medische keuring was doorgegaan. Ik zou samen met een ander meisje die woensdag worden opgenomen. De eerste dag ( de opnamedag ) kon ik alleen maar huilen. Het was zo bizar, het was net alsof er een kraan werd opengedraaid en niet meer werd dicht gedraaid. Ik voelde me totaal niet op m’n gemak, zat natuurlijk in een vreemde groep, in een nieuwe omgeving en moest opeens meedoen met een nieuwe ( veel grotere ) eetlijst. Natuurlijk was het huilen een stuk van ontlading van spanning, maar ik denk vooral dat het mijn besluit was: ik had voor mezelf besloten dat ik er compleet voor zou gaan: ik zou gaan eten, aankomen en ik zou me aan alle regels houden. Nu zat ik in een omgeving waar ik moest, maar ook in een omgeving waar ik veel steun zou kunnen ontvangen van m’n groepsleden en de begeleiding.

Na een paar weken zat ik op mijn volledige eetlijst en zag ik dat mijn gewicht telkens meer omhoog ging, de weegmomenten waren erg spannend. Maandagochtend om 7:45 werd je gewogen in je nachtkleding. We hadden een aankom-eis: 5 ons per week, en als je deze telkens niet haalde kon je een soort interne of externe time-out krijgen. Waarin je niet mee mocht doen aan de therapieën en met een plan moest komen om wel de aankom-eis te halen, kortom: je moest meer gaan eten. Meestal was iedereen doodstil en gespannen aan het wachten op de gang en vloeiden er heel wat tranen na afloop. Afgevallen, aangekomen, bij beide was er verdriet. Ik treed niet in details wegens privacy maar ik heb oprecht zoveel te doen gehad met meiden, je snapte hun gevoel compleet in beide situaties van het afvallen en aankomen. En dat is zo bizar. Je wílt herstellen van die rot eetstoornis dus afvallen is geen optie, maar tegelijkertijd is aankomen ook zo dóódeng.

De tijd in de kliniek draaide vooral om therapie en eten, maar dan met de nadruk op eten. Eigenlijk was alles gebouwd om het eten… Sochtends eten, therapie, tussendoortje, therapie, lunch, therapie, middag tussendoortje, avondeten en avond tussendoortjes. Het schema verschilde heel erg, soms had je een dag veel therapie, maar op bijvoorbeeld donderdag was je smiddags vrij. En vrijdag mocht je na de lunch naar huis ( hét lichtpuntje van de week ). Ook had je op dinsdagavond een gezamenlijke activiteit met een uitdaging. Dit regelden dan 2 groepsleden. Je moet je voorstellen dat dit vaak iets was van een enge koek, ijs of iets van gebak. Hier zag iedereen zo tegen op dat zo de hele sfeer al werd bepaald wanneer de uitdaging tevoorschijn kwam. Op mijn eerste dinsdagavond hadden twee groepsgenoten een chocolate chip cookie als uitdaging. Ik dacht echt dat ik wel 100 kilo aan zou komen van 1 zo’n koek. Ook mijn groepsgenoten staarden naar dat ding alsof het de duivel zelf was. Ik weet niet hoe, maar ik kreeg hem op, en ik voelde me zo intens slecht. Maar hoe vaker we de uitdagingen deden, hoe makkelijker het werd. En door de activiteit diezelfde avond zakte de spanning en hadden we plezier!

Dat is ook iets wat ik niet echt had verwacht, natuurlijk had ik niet gedacht dat we alleen maar zouden eten en allemaal ons eetgestoorde zelf zouden presenteren, maar dat we ook zoveel plezier met elkaar konden hebben? Dat had ik nóóit gedacht. Ik heb echt vriendinnen voor het leven gemaakt en ben zo íntens blij dat ik zoveel lieve, mooie en sterke vrouwen daar heb mogen ontmoeten en met ze heb mogen leven. Je moet je voorstellen: je leeft 24/5 met elkaar, je staat met elkaar op en je gaat met elkaar naar bed en in die dagen gebeuren er echt heftige dingen. Je emoties worden keihard op de proef gesteld en door de steun van groepsgenoten sleur je jezelf ( en de anderen ) erdoorheen.

Iets wat me altijd bij zal blijven waren de maaltijden in de eetkamer, het ontbijt, de lunch en het avondeten. Elke keer als het weer tijd was om de eetkamer in te gaan, hoorde je vaak: ‘Nou daar gaan we weer.’ Je voelde de spanning dan weer even toenemen maar ook werd er vaak met sarcasme over gepraat. ‘Ja, we mogen weer joepie!’ En sjonge jonge, nu kan ik erom lachen, maar wat werd er veel gesjoemeld aan tafel! Ontzettend, van te weinig boter en beleg smeren tot een boterham te weinig, van je zuivelproduct niet inschenken tot bij het avondeten te weinig opscheppen. En er werd zoveel gekibbeld en gehuild onder het eten. Ja, het is ontzettend klote om alles te moeten eten. Ja, je mag echt wel eens huilen. Maar soms werd je echt gillend gek, er waren momenten ( en ik denk dat mijn groepsgenoten dit allemaal kunnen beamen ) dat je anderen wel eens met hun neus in hun boterham zou willen duwen of hun uit het raam zou willen gooien. ( Gelukkig houd ik niet van overdrijven! 😉 ) Maar wat wel bijzonder was, was dat je samen uitdagingen aanging: we maakten tosti’s met elkaar, deden met elkaar vlokken of chocoladepasta op brood en hielpen elkaar erdoorheen. Samen sta je sterk, en ja dat is echt zo! Zonder de steun van die andere meiden zou ik echt niet hebben geleerd om zo alles weer te eten. Onder het eten waren ook vaak mooie en bijzondere gesprekken, en dat was erg fijn om met elkaar te kunnen delen, maar ook werden er vaak plannen gemaakt. Zo zijn we een keer samen met een therapeute i.p.v de gewone lunch naar een biologische friettent geweest en hebben we daar friet gegeten. Stel je voor: zo’n 8 eetgestoorden in een friettent. En ook zijn we met elkaar uiteten geweest en hebben we talloze keren in de stad taart gegeten.

rian2

Een paar van de fijnste momenten in de kliniek zijn de momenten geweest waarop ik samen met groepsgenootjes ( nu vriendinnen ) de stad in ben gegaan. Daar namen we samen uitdagingen en gingen we winkelen. Samen met K heb ik heel wat geld uitgegeven aan kleding en schoenen ( dankje K, voor mijn eeuwige shopvriendinnetje en mijn rots in de branding zijn! ), maar ook met Rianne, en L heb ik veel tijd in de stad doorgebracht om uitdagingen te doen of gewoon even weg te kunnen uit de kliniek. Met M heb ik ook erg veel tijd doorgebracht in de kliniek en heb ik over veel bijzondere onderwerpen mogen praten. Ik heb echt vriendinnen voor het leven daar gemaakt, en doordat je zo intens met elkaar leeft ga je echt van elkaar houden. De kliniek is dus echt niet een plek waar je alleen maar eet en waar je het zwaar hebt ( helaas zitten deze momenten er ook dikwijls bij ).  Je hebt ook echt plezier met elkaar.

De therapieën waren helaas echt mega slecht, doordat we in een groep zaten waar je ook altijd mensen had waar je het niet goed mee kon vinden, uitte je niet snel je echte diepste gevoelens. En daardoor kwam je niet verder in het proces geestelijk. Op gegeven moment merkte ik dat het aankomen goed ging, maar dat ik geestelijk erg achterliep. Ik wist dat ik bezig moest om de achterliggende oorzaken van mijn eetstoornis aan te pakken en kon daar bij PsyQ niks mee. Daarom besloot ik het proces om terug te gaan naar HC weer in te gaan. Het duurde nog een aantal weken, maar op 30 november was mijn ontslagdatum bij PsyQ. Met gemenge gevoelens ging ik weg, ik was blij dat ik weg kon uit de kliniek en weer m’n leven op kon gaan bouwen. Maar ik wou mijn vriendinnen daar niet achterlaten en kon ze nog niet missen. Gelukkig is mijn contact met hun nog altijd gebleven en zie ik ze nog steeds regelmatig.

Op mijn afscheidsavond had ik als activiteit een wensballon meegenomen om die samen af te steken. ( Pas later kwamen wij erachter dat dit illegaal is, oeps ). Het was zo’n bijzonder moment, van te voren bedachten we allemaal een wens die we in gedachten zouden nemen als hij de lucht inging. Groepsgenoot L zei toen het bijna zo ver was: ‘Ik denk dat iedereen dezelfde wens heeft.’ En gelijk heeft ze: 1 gedeelde wens: herstellen van onze eetstoornis. En daarmee ging de wensballon de lucht in.

In het volgende deel vertel ik over redenen om de kliniek in te gaan en wat het mij allemaal heeft gebracht. Om privacy redenen zijn sommige namen alleen met een voorletter geschreven.

Heb je vragen of wil je contact opnemen? Mail dan gerust! Ons emailadres vind je onder contact.

an1

Anne Dore

Verzorging

Verzorging van jezelf is bij heel veel mensen een niet makkelijk punt. Voor anderen weer wel. Hoe ga ik ermee om? 

In deze blog vertel ik je hoe ik het zelf ervaar en hoe ik het aanpak. Ik geef enkel voorbeelden. Het hoeft niet voor iedereen te gelden.

Uiterlijk

Kleding is voor mij altijd al een lastig punt geweest. Ik ben bang geworden om kleding te dragen die ik leuk vond. Dus ik ben steeds vaker online gaan kijken naar wat ‘in’ is. Naarmate de jaren verstreken kwam mijn onzekerheid over mijn lichaam ook naar voren. Ik mocht van mezelf eigenlijk geen shorts, topjes, vormfitting shirt/jurkjes/rokjes of rokjes dragen. De kleuren die ik leuk vind kan ik niet dragen. Broeken maakten mij niks uit, die bedekten toch mijn benen dus dat kon wel, ook al waren ze strak. Jullie kennen het wel. Het eeuwige verbergen van je lichaam.

Ik heb nooit echt vrouwelijke vormen gehad, dus bijna alles viel als een vuilniszak over mijn lichaam.

Ik heb op de middelbare school, dus niet lang geleden, ook nog wel gehoord dat mijn kledingkast niet mooi/leuk/goed is. Dat doet pijn.

Soms heb ik geen zin om me fatsoenlijk aan te kleden, dus doe ik een joggingbroek aan. Ik ben zelfs een keer in een joggingbroek naar de jumbo geweest. Haha oke dat doe ik nooit meer. Zo awkward, maar ik heb het geprobeerd. Of als iemand, waar ik heel goed mee bevriend ben, langs komt kan ik ook best gewoon mijn joggingbroek en kamerjas aandoen. Ze kennen me en ze moeten me maar leren accepteren.

Ook draag ik steeds vaker strakke shirtjes/jurkjes en rokjes, omdat ik dat altijd heel erg leuk heb gevonden. Het is en blijft een struggle. ‘Ben ik niet ‘overdressed’? Ben ik niet dik? Lijk ik niet dik? Kan dit wel met dit weer?’ etc. Maar het gaat steeds beter en ik ben er blij om!

 

Ik draag eigenlijk bijna nooit make-up,waarom?  ‘ik wil geen zichtbaar masker. Ik zet mijn masker zelf wel op. Make-up is niet nodig. En als je het elke dag draagt is het niet bijzonder meer. Ik verdien het niet om er mooi uit te zien.’  Ik draag het de laatste tijd echt wel vaker, omdat ik me beter voel over mezelf. Over mijn echte gezicht en mijn ik. Ik vind dat ik af en toe dat mag doen, het is en blijft lastig. En ik zeg NIET dat niemand meer make-up moet dragen. Integendeel. Draag het wanneer jij het leuk vind. Wanneer jij je er fijn bij voelt. Maar leer wel je echte gezicht te waarderen en niet het opgemaakte, niet echte jouw gezicht. Je bent PRACHTIG, BIJZONDER EN MOOI ZOALS JE BENT.

Nu ik vaker hoor dat bepaalde dingen mij staan en het zelf ook meer zie durf ik het meer. Dat is zo belangrijk!

Nu ga ik met verschillende mensen om en die accepteren me hoe ik ben. Ik accepteer meer en meer hoe ik ben.

Tip: zoek de goede mensen uit om mee om te gaan. Leer van anderen en van jezelf te houden. Leer JOUW keuzes te accepteren. Jij hebt jouw manier en dat is wat jou jou maakt. Je bent uniek. Bijzonder.

Ontspanning

Ontspanning toelaten is lastig. Ik denk dat bijna iedereen van jullie het wel kent. Je moet maar presteren, bezig zijn, voor iemand zorgen of tenminste jezelf straffen door niet te rusten.

HO! STOP! Dat is niet oké! Dat ben jij niet, dat is je gemene stemmetje. Maakt niet uit welk stemmetje, iedereen op de wereld heeft er wel last van.

Moe is moe

Stop is stop

Je hebt ontspanning nodig om de andere dingen van de alledaagse dag te kunnen doen. Op een gegeven moment is je energie/concentratie op. Dan kan alleen ontspanning je nog helpen om even tot rust te komen.

yoga

Ik heb een aantal dingetjes die ik wel doe als ik ontspanning nodig heb (en nee, ik doe het ook nog niet geweldig goed. Maar ik probeer het wel.)

  • Schrijven: schrijf alles van je af. Desnoods maak je een gedicht, schrijf je een verhaal of alleen kernwoorden. Soms helpt het bevrijdend
  • Lezen: lezen vind ik persoonlijk erg fijn, dan ben je namelijk in een andere wereld en heb je even geen aandacht (als het goed is) voor je eigen gedachtes en gevoelens.
  • Naar buiten: Als het lekker weer is is het zo fijn om buiten te zijn. Geniet van de zon, de vogeltjes, de temperatuur, de wind, alles waar JIJ maar van houd. Concentreer je op het buiten zijn en zat je zorgen even op zij.
  • Foto’s maken: pak je camera/telefoon/tablet/oid. Zoek in je huis of buiten naar leuke objecten, posities, vormen, mensen, dieren of kleuren. Bedenk het maar en je vind het. Het is erg leuk, vind ik, om even bezig te zijn met je omgeving. Even letterlijk uit je hoofd kruipen.
  • Tekenen: ga eens tekenen als je het leuk vind. Het hoeft niet goed of perfect te zijn. Het gaat erom dat je even wat anders doet.
  • Kleuren: je ziet het nu heel erg vaak, kleurboeken. Eigenlijk heel simpel, maar ga een tekening inkleuren. Desnoods print je een gek konijn uit en geef je die een groene kleur. Doe gek.
  • Slapen: als je erg moe bent is slapen gewoon even het beste. Even rust. Even alles verwerken en achter je laten. Let wel op dat je ’s avonds nog wel in slaap kan komen 😉
  • Bewegen: nee, niet perse intensief. Probeer eens een stukje te wandelen, te fietsen of te sporten. Op je eigen tempo. Let op jezelf en je lichaam. Ontvang de signalen en laat je gedachten even varen. Neem de tijd. Je bezigheden komen wel weer. Die lopen niet weg.
  • Plan een dagje weg: het is best ontspannend als je voor jezelf even besluit welke dag je weggaat en waarheen. Je kan allerlei ideeën opdoen en enthousiast worden.
  • Afspreken: blijf niet de hele dag in je holletje zitten, ga er eens uit. Klets met je vrienden/vriendinnen. Ga winkelen, even wat drinken, film kijken, etc.

 

 

Ik probeer vaker als ik in een negatieve bui zit er uit te komen door even mezelf in beweging te zetten. Even wat anders doen, gedachtes verzetten. Dat helpt gelijk met mijn stemming. Iets doen, er niet aan denken en daarna gewoon rusten. Het werkt echt goed. Ik word er vrolijker van. Je kan het altijd proberen.

 

Niet geschoten is altijd mis!

 

Ik hoop dat jullie er wat aan hebben.

 

 

Heel veel succes en liefs

 

 

Rianne

 

Er bestaat geen perfectie.

Een eetstoornis?! JIJ??!!

Dat is de vraag die ik, vooral sinds we de site begonnen zijn, erg vaak krijg. Want, lets face it, ik ben absoluut niet dun. In dit artikel is dat het gene waar ik het graag over wil hebben

Als we het hebben over iemand met een eetprobleem heeft 90% van de mensheid daar meteen een heel duidelijk beeld bij. Een beeld wat eigenlijk is af te werken door middel van een lijstje.

  • Ze is altijd een meisje
  • Ze is altijd griezelig mager
  • Ze is altijd verlegenlichaam
  • Ze heeft bijna altijd een slechte jeugd gehad
  • Je ziet haar nooit eten
  • Je ziet haar nooit lachen

Van dit puntenlijstje bezit ik er maar één.

  • Ik ben een meisje (tadaa)
  • Ik ben niet griezelig mager, ik heb overgewicht
  • Ik ben alles behalve verlegen
  • Ik heb een prima jeugd gehad
  • Je ziet me vaak genoeg in het openbaar eten
  • Ik lach juist wat teveel soms, ik ben een beetje een awkward iemand namelijk

Maar alsnog worstel ik al jaren met een diep geworteld eetprobleem, wat net zo “echt” is als van een meisje met anorexia en extreem ondergewicht.

Iedere eetstoornis zit anders in elkaar. Natuurlijkmijn verhaal thumbnail heb je de standaard dingen die bij elke soort horen. Bijvoorbeeld het overgeven bij Boulimia en het sporten bij Orthorexia. Maar dat is niet alles. Elke persoon met een eetstoornis is ook nog anders, en mijn probleem steekt weer heel anders in elkaar dan bijvoorbeeld het probleem van Hanneke, Rianne of Anne Dore. Terwijl we wel alle vier het zelfde labeltje dragen: Een eetstoornis. Een psychische aandoening, een afwijking van het normale eetgedrag.

 

 

Dus ik hoop dat de mensen die mij deze vraag stellen nu een beetje beter begrijpen hoe de vork in de steel zit, en dat de validiteit van mijn eetstoornis niet samen hangt met mijn gewicht, mijn uiterlijk, of de dingen die je aan mij ziet van buiten.

 

Liefs Eva

Sporten tijdens mijn herstel

Voor heel veel mensen is sporten een obsessie. Niet alleen voor mensen met een eetstoornis, maar ook (zoals wij het binnen therapie noemen) de ‘normale’ mensen. Voor het maken van een zogenaamd perfect lichaam: conditietraining, afvallen, spieren kweken en vast nog wel meer manieren. In deze blog vertel ik hoe de social media er bij mij invloed ophad en hoe ik dat toen deed en nu doe.

Sporten was voor mij een uitlaatklep. Ik deed het met liefde.

Ik fietste elke dag van huis naar school. Dat was ongeveer 8 kilometer. Ook nog 1x per week paardrijden op de zaterdagochtend. Dat was/is mijn passie. Ik houd van die dieren, ze geven me rust en beoordelen je niet, ze luisteren en soms zijn ze eigenwijs.

Er was enkel een puntje. Mijn vader was altijd van het doorlopen en het doorfietsen, dat heb ik overgenomen. Ik kan nu amper normaal lopen of fietsen. Er moet altijd een tempo inzitten. In het begin had ik er geen problemen mee. Het was gewoon fijn en dan kon ik andere mensen laten zien dat ik, als meisje, toch wel snel kon lopen en fietsen. Ja daar kwam het presteren ook in naar voren.

Op een gegeven moment dacht mijn eetstoornis: ‘als ik Rianne nou eens sneller en meer laat sporten valt ze vast sneller af.’

Toen op een gegeven moment vond ik dat ik meer moest sporten, dus ik ging sneller fietsen naar school, paardrijden moest en zou elke week doorgaan en ik begon met hardlopen. Eerst omdat ik mijn astma wilde wegwerken als het ware, maar het draaide snel om in de gedachte dat ik er van zou afvallen.

Ik ging op twitter, internet en instagram fitness- en foodaccounts volgen. Die zogenaamd de beste manier zouden weten om af te vallen. Ik vond allemaal van die perfecte lichamen van vrouwen. Strakke buiken, slanke benen, mooi gezichten, sterke armen, etc. Ik wilde dat. Ik moest en zou minder eten en meer sporten.

Het sporten werd erger. Als ik niet naar school hoefde moest ik perse een rondje op hoog tempo fietsen, zelfs met slecht weer. Mij maakte het weer niks uit, ik moest bewegen. Na het eten, wat misschien te veel was, just dance spelen totdat mijn lichaam trilde, ik hard ademde en mijn hart tekeerging. Als ik alleen thuis was moest ik hardlopen. Ik werd gek van mezelf. Al die verplichtingen, maar als je zo in je eetstoornis zit merk je dat niet. En elk weekend moest ik de 2 ochtenden rond 7 uur opstaan en gaan hardlopen, voor het ontbijt. GEEN TOPIDEE.

Pas na de eerste opname in Smilde en in het midden van de behandeling bij Human Concern veranderde het bewegen.

En nu? Het is totaal veranderd. Gewoon raar, maar ik ben TROTS op mezelf.

IMG_0344.JPG

Toen ik op de helft van de eerste behandeling bij Human Concern zat mocht ik op een gegeven moment niet meer fietsen en überhaupt sporten. Eigenlijk alleen maar een kwartiertje lopen per dag.

In de kliniek in Groningen mocht ik steeds meer bewegen toen ik aankwam. Toen gebruikte ik het nog wel om eens hard te lopen, maar nu? Nu helemaal niet. Ik wandel, ik fiets, ik dans, ik ga naar de sportschool, ik rijd paard en ik geniet ervan! Geen eetstoornis meer die zegt dat ik moet compenseren.

Ik heb geen behoefte om elke dag te fietsen, te lopen of te sporten. Als het slecht weer is? Oké dan ga ik niet naar buiten. Ik kan echt wel een hele dag binnen zitten en het maakt me niets uit.

Een keer in de week niet sporten? Geen probleem, komt wel weer.

Als ik maar wel goed voor mezelf blijf zorgen mag ik sporten. Dat wil zeggen: eet bij. En ja, dat doe ik sinds de kliniek in Groningen. Elke keer als ik sport eet ik bij. Ik varieer. Eerst vond ik het super lastig, want ik had de angst dat ik mega veel zou aankomen, maar ik heb gemerkt dat ‘t echt NIKS met me doet. Bij jou dus ook niet! Geloof me.

Ik volg geen fitnessaccounts meer o.i.d., ik volg enkel nog inspirerende mensen die tegen de eetstoornis, het diëten en obsessief sporten zijn. Maar ik luister vooral naar mezelf en probeer te doen wat goed voor mij is. Het gaat met vallen en opstaan. Maar ik weet wel dat de eetstoornis dit mij niet meer kan aansmeren.

Als je het verschil meemaakt weet je waar je voor gaat en zult kiezen. Het komt vanzelf op je pad, maar alleen jij kan je pad vormen en veranderen.

 

Stay strong and keep fighting

 

Rianne

 

 

Mijn bewuste keuze voor een kliniek deel 1

In deze blogposts ( er komen hierna nog 2 van deze serie )neem ik jullie mee in de periode waarin het zo slecht met me ging, dat ik de keuze maakte om me aan te melden voor een kliniek. Ook vertel ik daarbij wat de kliniek me heeft gebracht en hoe de tijd daar is geweest. Let op: de volgende post bevat schokkende foto’s. Ze zijn van mij in een periode dat het echt héél erg slecht met me ging. Ik geef je de mogelijkheid om weg te klikken als je desbetreffende foto’s als een trigger beschouwt. Hier zijn ze niet voor bedoeld, ik wil ze plaatsen omdat er op de foto’s goed te zien is hoe ongelukkig ik was en omdat de realiteit niet altijd leuk is.

In de zomervakantie van 2016 ging ik met mijn ouders twee weken op vakantie naar Bretagne in Frankrijk. Voor mij was dit dé grote escape: ik was twee weken even helemaal los van thuis, had twee weken daardoor geen therapie en zou in een hele andere omgeving zijn. Dat was heel dubbel, aan de ene kant jaagde het me ontzettend veel angst aan. Maar aan de andere kant was ik ervan overtuigd dat alles wel weer als vorige vakanties zou voelen. Dat ik gewoon zou kunnen eten en dat we gewoon actief zouden kunnen zijn. Natuurlijk was dit ontzettend naïef gedacht, mijn ouders en therapeuten waren ook veel praktischer ingesteld en zij hadden al lang in hun hoofd dat deze vakantie juist heel anders zou worden en dat we ons zouden aanpassen aan mijn lichaam en geest. Ik had verwacht dat ik bij het instappen in de auto om richting Frankrijk te gaan, wel even mijn eetstoornis zou achterlaten. Dat ik even twee weken een break kon nemen, m’n anorexia kon uitzwaaien en vol kon genieten. Als ik nu eraan terug denk vind ik het ontzettend naïef van mezelf, tuurlijk zou mijn eetstoornis gewoon meegaan. Maar tegelijkertijd begrijp ik het ook wel, mijn geest werkte sowieso niet goed door mijn lage gewicht, en ik had het zo ontzettend zwaar gehad de afgelopen maanden dat ik al m’n zinnen op de vakantie had gezet.

( LET OP: de foto’s hieronder kan je als een trigger ervaren, kan je hier niet tegen klik dan nu weg. )

14063932_921781791284001_3117316536402396284_n (1)

Zoals je natuurlijk al verwachtte ging het totaal niet goed. Al op de heenreis werd ik meerdere malen keihard geconfronteerd met m’n eetstoornis, en toen we aankwamen waren alle eetgelegenheden doodeng en kon ik in de supermarkt wel door de grond zakken. Ik was zó bang, ik checkte als een gek alle etiketten en zocht steun bij mijn eetstoornis. Alle croissants, Franse baksels en de bekende stokbroden had ik van te voren al helemaal in m’n hoofd gehad, dat zou nu vast wel lukken. Nou niet dus, en als het wel lukte moest er weer wat anders af. Het compenseren nam extreem toe en de bewegingsdrang was enorm. Mijn energielevel was echt 0,0. Wandelen kon alleen met kleine stukjes en wanneer we naar de zee gingen kon ik niet eens zwemmen doordat we bang waren dat ik onderkoeld zou raken of in het ergste geval: een hartstilstand.

Op een middag gebeurde er iets bizars, ik was al een tijdje aan het lezen in het boek van Marit Brugman: Friet in de Kliniek, ik herkende zoveel in haar en haar eetstoornis van mezelf dat ik heel erg aan mezelf begon te twijfelen. Red ik het zo wel zelf? En hoe lang zal het duren? Natuurlijk heb ik hulp maar zal ik alleen wel durven aankomen? Zo kan ik echt niet langer doorgaan, ik wil ook een toekomst hebben… Alle gedachten maalden door mijn hoofd en uiteindelijk heb ik het voorzichtig bespreekbaar gemaakt bij m’n ouders. Ik wist niet goed of ik het durfde, maar iets fluisterde me in ( nu kijk ik er op terug en ben ik ervan overtuigd dat dat het kleine stukje gezonde stem die er nog was is geweest ) ‘Kom op An, als je dit doet heb je een kans om weer te leven!’. En die stem, die had gelijk. Ik wist dat wanneer ik dit niet deed, ik misschien wel doodging. Ik roerde het onderwerp aan bij mijn ouders en nog dezelfde week ( helemaal vanuit Frankrijk ) zijn we gaan bellen met mijn therapeute van Human Concern en is de procedure al in werking gezet. Het ging zo snel, maar ik wist ook dat als ik dit nu niet rond zou krijgen, ik zou gaan twijfelen en dan nam mijn anorexia het weer over.

18157708_1151588644969980_2522581172145705828_n

Het was een hele zware vakantie en ik heb het zo moeilijk gehad, maar tegelijkertijd ben ik zó blij dat deze vakantie er is geweest. Als ik niet daar keihard tegen mijn eigen eetstoornis muur aan was gelopen, had ik de keuze voor de kliniek nooit gemaakt. Dus dankjewel eetstoornis, je hebt daar zojuist je eigen graf voor een deel gegraven, en dankjewel Marit voor je wijze woorden en je humoristische zelfspot over je ES, maar vooral bedankt pap en mam, die me zo keihard hebben gesteund die vakantie en me letterlijk er doorheen hebben getrokken met zoveel liefde.

18157459_1151620048300173_4039740875670660293_n

Twijfel jij over de keuze of een kliniek goed voor jou zou zijn? Ga dan na waar je vraagteken ligt, sowieso is het vraagteken je eetstoornis die je graag in haar/zijn kleine wereldje wil houden. Het wereldje waar je nog lekker je eigen gang kan gaan, waar je heimelijkheden kunt vertonen en zal afvallen. Maar tegelijkertijd is dat wereldje ook het wereldje waar je telkens ongelukkiger in word, een wereld waar geen toekomst is en waar de uitkomst vrijwel altijd het ziekenhuis of de dood zal zijn… De kliniek is echt een grote stap: je krijgt een eetlijst die je móet volgen, je gaat elke week op de weegschaal waarbij je een aankom-eis hebt, je hebt beperkte beweging, er word goed op je gelet en je eetstoornis word keihard aangepakt. Dit klinkt dóódeng, en het is ook doodeng, maar de enige manier om te zien dat het je daarna zoveel gelukkiger gaat maken is door er doorheen te gaan. Je leert weer te eten, je leert te praten, maar je leert vooral ook weer om te vóelen. In de volgende blogs die ik schrijf over de kliniek vertel ik van mijn tijd daar en over wat de kliniek me allemaal heeft gebracht. Wil jij meer informatie, heb je een vraag over de kliniek of wil je iemand om je verhaal tegen te vertellen? Dan mag je altijd contact met mij of een van de anderen opnemen.

Maak de keuze altijd voor jezelf, want door zelf bewust de keuze te maken zal je helpen om er doorheen te gaan. Want zoals Marit in haar boek zei: ‘De kliniek was nooit leuk of makkelijk, en ik wil er nooit meer naar toe. Maar het is heel goed dat het er is geweest.’

Anne Dore