In de sportschool met anorexia

Wanneer je een eetstoornis hebt, heb je verschillende manieren om het eten wat je binnen krijgt te compenseren. De ene doet dat door een volgende dag nog minder te eten, een andere braakt en weer een andere vorm van compensatie is beweging. In deze blog vertel ik hoe mijn beweging mijn compensatie is en hoe ik daar mee bezig ben gegaan om de bewegingsdrang tegen te gaan.

Aan het begin van mijn eetstoornis stond ik elke dag in de sportschool, het liefst sportte ik uren achter mekaar en daardoor verbruikte ik alle energie die ik had. Aan het begin had ik nog reserves dus toen merkte ik het energiegebrek nog niet, maar naarmate ik meer afviel begon mijn lichaam op te raken. Echter bleef mijn eetstoornis volhouden en bleef ik sporten. Toen ik verder in mijn eetstoornis kwam was er een punt dat ik niet meer kon sporten. Mijn lichaam was letterlijk op en ik had niks meer om te verbranden. Er kwam ook bijna geen voeding meer in en ik ging puur op adrenaline door.

Ik moest stoppen bij de sportschool maar blééf bewegen: ik bleef werken en stapte bijna elke dag op de fiets, ging een stuk wandelen en ik deed oefeningen op mijn slaapkamer: ik móest bewegen! Anders zou ik aankomen! De angst was zo groot dat ik mezelf iedere dag dwong om alsnog te bewegen. Met een lichaam die het helemaal niet aankon…

Toen ik in de kliniek kwam werd mijn beweging direct beperkt: ik mocht alleen bewegen om mezelf te verplaatsen en toen ik wat aankwam kreeg ik telkens iets meer vrijheid qua bewegen: maar in vergelijking met wat ik deed, was deze beweging haast niets. Toen ik uit de kliniek kwam is mijn eetstoornis langzamerhand weer meer terrein gaan winnen en heeft de anorexia telkens meer dwang op me uitgeoefend om weer te gaan bewegen. Daarbij sloot ik een abonnement af bij de sportschool. En toen… begon de drang weer groter te worden. Aan het begin was het makkelijk, ik hoefde er nog niet zo aan toe te geven maar het werd telkens heviger. Op gegeven moment moest ik van mezelf minimaal 2 keer gaan per week omdat ik anders het gevoel had dat ik niet meer mocht eten. Wanneer ik ziek was raakte ik in paniek omdat ik niet kon sporten.

Ik ging een proces van aankomen in en kwam een paar ons aan, werd angstig en viel daarna weer af. De sportschool had hier een grote rol in, ook al dacht ik dat ik goed bezig was, ik merkte wel dat ik toch nog even wat harder trainde: ‘omdat ik dat met die paar ons extra wel weer kon’. Puur eetstoornis, ik wist dat als ik echt wou herstellen en zou moeten aankomen dat er meer voor nodig was dan ophogen.

IMG_1872 (2)

Zondag besloot ik daarom om mijn abonnement op te zeggen voor de sportschool, wat voor mij echt een mega groot ding is. M’n grootste achterdeur van mijn eetstoornis klapte ik in, nu kon ik echt niet meer terug. Ik moet nu echt gaan aankomen om te herstellen en daarbij gaan vóelen wat het met me doet. Nu de sportschool geen optie meer is kan ik niet daar weer energie gaan verbruiken, energie, die ik eigenlijk helemaal niet heb. Ik heb nog steeds ondergewicht en doe alweer zoveel dingen waar ik gelukkig van word. Maar tegelijkertijd doe ik al die dingen met een gewicht waar ik dat eigenlijk helemaal niet mee kan. Sporten, is helemaal niet op z’n plek in mijn herstel nu.

Door nu te stoppen met intensief sporten hoop ik mijn bewegingsdrang te ondergaan en mee te leren omgaan. Ik hoop dat ik mijn lichaam bij het aankomen niet meer wil manipuleren en leer accepteren op een gezonder gewicht. Maar ook hoop ik dat na een proces van aankomen en ‘gezond bewegen’ (ik blijf wel wandelen, fietsen en mijn yoga sessies doen omdat dit me ook ontspanning bied) ik de keuze kan maken of sport bij mij past omdat ik het fijn vind of dat het de eetstoornis is en dat ik er dus niet meer in die mate aan begin. Een volgende stap in herstel, voor mijn gevoel een van de grootste.

Liefs,

Anne Dore

Advertenties

Terug naar de kliniek?

In deze blog vertel ik over mijn gedachten een tijdje terug. Over mijn gedachten om terug de kliniek in te gaan om aan te komen. Ik heb erg getwijfeld of ik het überhaupt zou gaan delen, maar heb er toch voor gekozen om het in vorm van een blog aan het licht te laten komen. Aangezien er misschien meerdere zijn die met deze twijfels en keuzes zitten. 

Al maanden probeer ik het weer: aankomen. Na een aantal kilo’s te zijn afgevallen bij een terugval is het me niet weer gelukt om aan te komen. Hoewel ik wel door ben gegaan met doen wat ik allemaal deed: studeren, werken, sporten, therapie, bloggen en afspreken met vriendinnen. Dit ging een tijd aardig goed, maar ik merkte dat m’n lichaam op begon te raken en dat m’n energie erg laag was. Ik kreeg het weer constant koud, kon me niet goed concentreren en begon weer pijn te krijgen. En elke week bleef het getal op de weegschaal maar dalen… hoewel ik juist afspraken had gemaakt om weer in gewicht omhoog te gaan!

In enorme tweestrijd en met veel frustratie ging ik timmeren aan de weg omhoog qua gewicht. Wat extra eten, veel angst en spanning voelen en blijkbaar: het extra eten toch weer weg compenseren, in zo’n grote mate dat ik er zelfs van af viel. Het getal op de weegschaal ging niet omhoog, maar omlaag… Ik kwam op een punt dat ik in de sportschool op de weegschaal bij mijn trainer even keihard geconfronteerd werd met mijn gewicht. Ik schrok er enorm van en het voelde letterlijk alsof alles om me heen wegviel en ik regelrecht tuimelde in een zwart gat en er niet meer uit kon klimmen. Het was een gewicht waar ik al tijden niet meer op had gezeten, maar vooral was het een gewicht waarvan ik wist dat ik daarmee niet alles kon doen wat ik wíl doen en waar ik mee bezig ben.

Met veel angst, gedachten en tranen ben ik de dag door gegaan en heb ik uitgesproken naar mijn gezin waar ik al een tijdje over nadacht maar wat ik al die tijd vooral nog heel diep weg probeerde te stoppen: ‘Ik kan dit niet alleen… het lukt me niet om aan te komen. Misschien moet ik maar weer terug naar de kliniek om weer in gewicht te stijgen.’

Ik schrok van mijn eigen woorden. Ik had niet gedacht dat ik dit óóit nog zou denken, laat staan uitspreken en er bijna zeker van zijn dat dit echt weer moest. De week erop sprak ik het ook uit naar m’n therapeute en die vroeg me waarom ik niet eerder had verteld dat ik hier zo mee worstelde. Ik was zo bang, dat als ik mijn angst en ideeën over teruggaan naar de kliniek uit zou spreken dat het echt zou worden. Dat mijn gedachten een regelrechte functie zouden krijgen en dat het dan écht werd. Ik was bang dat alles wat ik had opgebouwd: school, de peuters, sport en therapie, dat ik het weg moest gooien. Ik vertelde haar dat het me niet lukte om zelf aan te komen, dat ik het probeerde maar dat m’n eetstoornis te groot was. Gelukkig, begon zij te relativeren wat ik al wist: ik kon dit wél, ik had dit al eerder gedaan. En ik wist ook, dat de kliniek me alleen even vol zou proppen, en me daarna weer buiten de deur zou zetten en ik de kilo’s die ik zou aankomen daar waarschijnlijk toch weer zou afvallen. Mijn therapeute en mijn ouders lieten me inzien dat ik dit wél kan, dat ik al veel vaker heb laten zien dat ík sterker ben dan mijn eetstoornis en dat ík ga herstellen van deze rot ziekte.

En toen ging het knopje om, ik voelde het direct en herkende het: ík kan dit. Samen met haar en mijn diëtiste maakte ik een nieuw plan en wat denk je? Het gaat goed. Ik ben nu al een tijdje bezig en kom langzaam aan. Ja, het gaat met vallen en opstaan, maar ik merk continu dat ik dit kan. Door m’n gevoel er te laten zijn, te delen hoe het voelt om weer dit proces in te gaan én dicht bij mezelf hier in te blijven lukt me het. Zo zie je maar dat even keihard worden geconfronteerd met je ziekte en je gedachten delen je weer een stukje verder kunnen brengen.

terugnaardekliniek

Ook kan ik nu inzien dat ik even helemaal ben wakker geschut. KLINIEK? WAT? Alleen al het idee dat ik daar weer heen zou moeten! Ik ben al veel verder geweest in gewicht en mijn cognitie daarbij, no way dat ik dat ga laten verpesten door nu weer m’n eetstoornis te geloven en de kliniek in te gaan. Door die wake-upcall en het vertrouwen van mijn omgeving in míj en niet in mijn eetstoornis kwam ik weer een stukje verder en kon ik het knopje omzetten: let’s go!

Liefs,

Anne Dore

 

 

 

Over de drempel van angst

drempelAngst. Wat zit daar? Wat kan ik verwachten? Kilo’s. Eten. Aankomen. Afvallen. Stabiliseren. Macht. Onmacht. Controle. Gevoelens. Negativiteit. Of… Positiviteit. Angst. Reeële angst? Calorieën. Controle. Angst. Controle. Angst. Ga ik het doen? Ga ik aankomen?

Een fractie van mijn gedachten staan hierboven vermeld die door mij heengingen de laatste maanden. Elke keer weer stond ik op het punt om weer het aankomproces in te stappen. Om mijn eetlijst te gaan ophogen. Om de kilo’s aan te komen, die ik kwijt was geraakt waardoor ik weer in een ‘ernstige’ tak zit van ondergewicht. Zo, die kwam even aan. Om mijn therapeute te horen zeggen dat ik weer die kant op ging qua gewicht.

Dat is helemaal niet wat ik wilde, dat is niet waarvoor ik ging. Want wat wil ik nou écht? In zo’n enorme tweestrijd heb ik de afgelopen tijd weer gezeten. En mijn eetstoornis sloop in m’n achterhoofd gewoon door, met kleine stapjes viel ik af en daardoor leek het niet zo heftig, maar toch is er sinds de zomer alweer 4 kilo af. Gelukkig kwam daar mijn gezonde kant de hoek om kijken. Met een zwaai stapte ze de deur binnen en kon eindelijk laten zien dat zij er óók nog was. Met mijn therapeute maakte ik een concreet plan qua aankomen: een kilo per maand.

Maar toen moest ik nog beginnen… ik wist dat ik het kon, ik had het al eerder gedaan. Ik kón die eerste stap nemen, en daarna nog één en nog één. Maar er zat weer zoveel angst voor de 1e stap. Alsof het een groot zwart gat voor me was, waar ik in moest springen zonder dat ik wist waar ik uit ging komen. Mijn eetstoornis liet me geloven dat ik in complete paniek zou zijn wanneer ik weer het aankomen aan zou gaan. Ik had angst voor de angst. Toch overwon mijn gezonde stem en begon ik met het ophogen van mijn eetlijst. Hap voor hap. Stap voor stap.

En nu? Ik ben begonnen. Eindelijk. En wat ik voel? Opluchting, optimisme en vooral: een stukje meer van míj? Ik durf voorzichtig te zeggen: ik ben weer toe aan aankomen. Ik ben toe aan weer vrouwelijke vormen krijgen. Ik ben weer toe aan een gezonder lichaam. Natuurlijk ben ik daar nog ver van af, en is er nog steeds veel spanning en angst. Maar de eerste stappen zijn weer gezet. Ik ben de drempel over. De drempel van mijn angst. En nu ik erover ben, zie ik dat die angst niet reeël is. Ik zie nu dat het angst is die mijn eetstoornis me heeft laten geloven dat die bestaat. Door de drempel over te gaan, ben ik weer een stukje verder bij mezelf gekomen.

Hap voor hap.

Stap voor stap.

Liefs,

Anne Dore

 

Embrace your… skinnyness?

Mijn geest ging de afgelopen maanden op volle toeren. Alsof ik de marathon heb gerend geestelijk en daarna gewoon direct door ben gegaan in plaats van te rusten. Mijn geest liep letterlijk over, niet qua schoolwerk of de blog, maar qua lichaam. In deze blog vertel ik hoe het ervoor staat en hoe ik de komende tijd tegemoet ga.

Sinds de zomervakantie heb ik een fikse terugval gehad. Gelukkig geen terugval waarin ik weer terug ben bij af, maar wel een terugval die me veel spanning heeft opgeleverd en waarin ik ook een aantal kilo’s ben verloren. Die kilo’s, die moeten er weer aan. M’n geest heeft de laatste tijd (nu ik me weer wat beter voel) een constante tweestrijd gevoerd. M’n anorexia begon telkens harder te schreeuwen naarmate mijn gezonde stem ook weer toenam. Ik wist dat het tijd was om weer te gaan aankomen en voelde de druk van verwachtingen omtrent mijn gewicht in mijn omgeving. Ook moest en zou ik van mezelf weer aan gaan komen, want ja, het ging weer goed toch? Dan moest ik maar weer die kant op.

Het tegendeel liet zich zien, ik merkte dat het nog helemaal niet zo goed ging doordat ik toch nog afviel. Ik hield mezelf wel heel leuk voor dat ik weer goed bezig was, dat ik lette op m’n beweging en genoeg at. Echter bleek, dat dit m’n eetstoornis was die toch via achterdeurtjes me weer wat meer naar beneden trok qua gewicht. Nu merk ik weer, dat dit een duidelijk signaal afgeeft dat het nog helemaal niet zo lekker met me gaat geestelijk. Nu ik dit weet, kan ik het gaan delen en naar oplossingen zoeken.

Ik voel me goed, maar ben wel op een gewicht waar ik sinds de kliniek niet meer heb opgezeten. Ik voel me goed, maar m’n lichaam voelt uitgeput. Ik voel me goed, maar ik kan amper uit bed komen en ben veel misselijk. Ik voel me goed, maar voel dit alleen bij m’n eigen restrictieve lijst en bij m’n volledige beweging. Ik wist dat er iets mis ging, en begon hulptroepen in te schakelen. Ik begon bij mijn therapeute, bij wie ik me heel open voel. Ook de sportschool heb ik ingeschakeld. Om weer langzaam te werken aan een gericht doel: aankomen. Ik kan alleen weer dit proces in gaan, als ik ook hérken dat mijn eetstoornis me telkens naar beneden trekt. Voor mijn gevoel heb ik nu weer, door een stok achter de deur bij therapie en de sportschool een doel voor ogen, waar ik voor kan gaan.

embrace

Embrace my… skinnyness? Hier gebeurt een stukje voor mij. Ik wil heel graag me weer mezelf voelen maar ben dóódsbang voor dat extra stukje aankomen. Voor de extra kilo’s die weer moeten komen, voor het extra eten waarvan ik niet weet wat het precies gaat doen. Hoewel ik tegelijkertijd een ontzettende walging voel voor m’n magere lijf, waar ik niks mee kan en ik graag weer een lijf wil hebben waar ik alles mee kan doen wat ik wil.  Alles is te zwaar op het moment en mijn lijf is energieloos. Hier zit ook een stukje bij van lichaamsacceptatie. Ik kon m’n lichaam niet op een hoger gewicht accepteren, maar kan het ook niet op een laag gewicht accepteren. Dus ik start nu hier, bij het aanvaarden van m’n lichaam in het nu. Ja, het is een lichaam waar ik niet veel mee kan. Oké, het is een lichaam die al beter was dan eerst maar nog steeds te mager. Goed, het is een lichaam die nog veel meer moet ontwikkelen. Maar: het is ook míjn lichaam, die ik moet gaan leren aanvaarden, dun, dik, lang, kort, energieloos of vol energie. Het is mijn lichaam. Embrace your… skinnyness? Embrace your.. curves? Embrace your… body. 

Hoe voel jij je over jou lichaam?

Liefs,

Anne Dore

Voordelen van gezond gewicht

Nu het winter is merk ik hoe fijn het is om gezond gewicht te hebben. De winter was met ondergewicht echt een drama. Daarom wil ik voor jullie op een rij zetten, waarom gezond gewicht zoveel fijner is, zowel in de winter als in de andere seizoenen.

  • Kou

Toen ik ondergewicht had, had ik het altijd koud. Zelfs in de zomer. Ik moest als ik binnen was lange kleding aan met het liefst een kamerjas er overheen. In de winter was dit net zo, maar omdat het buiten al helemaal koud was, was het binnen ook kouder. Hier kun je je met een gezond gewicht veel beter op aankleden, maar met ondergewicht is dit geheel anders. Omdat je dan zo weinig reserves hebt, gebruikt je lichaam de energie die er wel is voor het aansturen van je organen. Je organen werken nog, maar jij hebt het koud. Je kan je zo warm aankleden wat je wil, maar dat heeft geen zin. Dit is een andere kou dan de kou die mensen met een gezond gewicht hebben in de winter. Deze kou voelt alsof je in een enorm gure en harde wind loopt met een niet al te dikke jas. Het voelt alsof je koud aan het zweten bent (wat ook regelmatig voorkomt als je ondergewicht hebt). Het voelt alsof er een lauwe kriebel over je hele lichaam loopt. Dit is niet fijn.15496_10153180061494084_550386270659183240_n

Ik merk zo erg het verschil tussen ondergewicht en gezond gewicht. Ik hoef niet al in de herfst te beginnen met het dragen van 2 lagen kleding. Ik kan nu met een trui door school lopen en het soms zelfs nog erg warm hebben. Ik hoef niet ‘in’ de verwarming te kruipen om het warm te krijgen, ik kan het al warm krijgen door naar een andere ruimte te verhuizen en daar te gaan zitten. Ik kan zelfs met een trui en een winterjas aan naar buiten, even wandelen en ik ben alweer warm. Als ik vervolgens binnen kom duurt het niet 5 minuten voordat ik het alweer koud heb.

Het is zo veel fijner om het wat warmer te hebben.

  • Kleding

Hier kan ik best kort over zijn. Als je gezond gewicht hebt staat de kleding je veel beter dan als je ondergewicht hebt. Je broek valt niet meer slobberig om je benen. Truien maken je niet lijken alsof je een plank bent die zich probeert warm te houden. Je hoeft niet de kleinste maat te pakken en dan nog moeten twijfelen of het je past. Als je wel een strak jurkje aan wilt hoef je niet bang te zijn dat je botten zichtbaar zijn. Het klinkt eng, maar broeken, shirts, t-shirts, jurkjes, etc. accentueren je lichaam waar jij zo hard voor hebt gevochten. Daar mag je trots op zijn en dat mag je best laten zien. Echt waar.

  • Energie

Eng of niet, het is wel zo. Meer eten en een gezond gewicht hebben helpt met het behouden van je energie. Ja, ik weet dat ook en ja, ik vind het nog steeds erg eng om meer te gaan eten, maar ik heb het wel ervaren en ervaar het nog steeds.

Ik merk, nu het winter is, dat het zo erg belangrijk is om een gezond gewicht te hebben en goed te eten. Doordat ik beter eet en reserves heb kan mijn lichaam mij opwarmen door de energie die het binnenkrijgt. Niet alleen dat, ik kan schooldagen beter aan. Ik val niet na één lesuur al in slaap. Als ik even rust ben ik sneller opgeladen en kan ik weer wat gaan doen. Ik heb ook energie om vrolijk te zijn, om na te denken, om te bewegen, etc.

tili0217_hero_title

  • Slaap

Aankomen helpt met het beter slapen! Als ik vergelijk met 2014 en nu, is het zo’n groot verschil. Ik lag in 2014 rond 8 uur al in bed omdat ik kapot was, ik had geen energie. Ik sliep dan een paar uurtjes dan werd ik weer voor een uur wakker en dan sliep ik even en werd ik weer wakker, en dat herhaalde zich elke nacht.

Ik kan nu later naar bed gaan, ik rust uit als ik slaap, ik droom niet continu over eten of angsten, ik heb geen pijn in mijn botten als ik lig, ik kan doorslapen en ik heb het niet continu koud.

 

Om dit allemaal even kort samen te vatten: gezond gewicht brengt je zo veel meer dan ondergewicht.

Met gezond gewicht wordt je geest langzaam maar zeker ook gezonder. Zolang je maar het gewicht behoud en aan jezelf blijft werken.

Lieve iedereen, blijf vechten en ga voor herstel. Het èchte leven is het waard.

 

Veel liefs, Rianne

Winkelen en een eetstoornis

Maten, strakke of wijde kleding, spiegels in de paskamers. Allemaal spannende dingen omtrent het winkelen met een eetstoornis. Voor veel meiden/jongens met een eetstoornis is het lastig om te gaan winkelen. Voor de een is het lastig omdat hij/zij niks past en daarover in zit, voor een ander is het lastig omdat hij/zij telkens geconfronteerd word met zijn/haar lijf in de spiegel. Ook zijn er mensen met een eetstoornis die zichzelf niks gunnen omdat ze vinden dat ze het niet waard zijn om geld aan uit te geven en dus niks nieuws voor hunzelf willen kopen. Vandaag neem ik jullie mee in mijn ervaring met winkelen met een eetstoornis en geef ik tips voor het winkelen.

Ik ben dól op winkelen, al jaren struin ik graag winkelstraten af en vind ik het heerlijk om met mijn handen vol kleding en schoenen de paskamers in te gaan. Vaak plan ik dan ook winkeltripjes met vriendinnen of mijn moeder. In de periode dat ik niet naar schoolging en veel thuis was, ging ik vaak even naar een stad om te winkelen. Niet het winkelen gaf me een fijn gevoel, maar het gewoon even weg zijn van thuis en even me op iets compleet anders richten was prettig. Vaak ging ik met mijn moeder op stap, maar ook met m’n beste vriendinnetjes ben ik vaak verschillende steden ingedoken, opzoek naar nieuwe kleding. Heel erg materialistisch zal je denken en ja: dat was het ook. Maar op dat moment had ik het echt even nodig om ergens een positief gevoel uit te halen, en dat ik dat haalde uit een nieuw paar schoenen of een nieuw jurkje was voor toen goed. En ik weet dat dat geen langdurig geluk is, maar voor toen volstond het.

winkelen met een eetstoornis

Het winkelen gaf mij ook motivatie, ik ben een van de personen die het zichzelf niet misgunt om te winkelen, maar die het wel heel moeilijk vind om te ervaren hoe dun mijn lijf was. In de periode dat ik echt keihard sportte en alles eraf moest heb ik amper gewinkeld, ik was alleen maar bezig met die kilo’s eraf krijgen en dacht helemaal niet na over winkelen. Ik zag mezelf ook totaal niet realistisch toen en ik weet zeker dat ik mezelf in die tijd alleen maar dik had gevonden. Maar toen ik op m’n allerlaagste gewicht zat (de periode dat ik ook veel winkelde) paste níks me, xs en zelfs xxs (wanneer mogelijk) slobberden om me heen. Broeken zakten van mijn billen af en ik weet nog goed, dat ik een keer een broek van de kinderafdeling heb gekocht. Bizar. En ongelofelijk belachelijk en ongezond. Ik werd verdrietig van het zien van mijn broodmagere lijf en vond het zo vervelend dat ik niks meer paste. Vaak kocht ik iets wat me te groot was en zette dan het doel voor mezelf: dit pas ik weer als ik aankom, daar ga ik voor! Raar maar waar, dit heeft me echt geholpen om stappen te zetten.

Wat ik als moeilijk heb ervaren is de blikken die ik kreeg, vooral vorig jaar juni, het was warm weer en het zomerseizoen was aangebroken. Dit betekende: korte blote jurkjes, blote armen en benen en het heftigste: een bikini. Mijn bikini’s pasten me niet meer en ik ging samen met m’n moeder opzoek naar een nieuwe. Met het kleinste maatje van de hele winkel stond ik bij de Livera in het pashokje. De verkoopster kwam even kijken en ik zag haar ogen groot worden en haar mond open zakken. ‘Ik moet ook aankomen.’ hoorde ik mezelf snel zeggen. Ik was het gewend dat verkoopsters me met grote ogen aankeken en daarna mijn moeders ogen zochten, ik was het gewend dat er naar me gekeken werd met een blik van: dat is helemaal mis. En het hielp me, om in te zien hoe mager ik écht was.

Fun fact: doordat ik zo mager was paste ik natuurlijk heel weinig, vaak kwam ik dan ook met lege handen terug, soms kocht ik iets wat te groot was met het idee: ‘ik moet aankomen, ik groei erin.’ en mijn andere manier van winkelen was: schoenen! Want die pas je áltijd. Ik weet niet hoeveel paar schoenen ik heb gekocht de afgelopen 2 jaar, maar geloof mij: het zijn er heel erg veel.

IMG_1234

Tips om te winkelen met een eetstoornis:

-Geloof me, ik weet dat het lastig is. Ik weet dat er meiden en jongens zijn die liever helemaal níks kopen en voor eeuwig in dezelfde kleren rondlopen. Maar soms is het juist goed om wél nieuwe dingen te kopen. Om jezelf even als een ander persoon te zien, jezelf even te verwennen of juist om je ogen te openen. Je bent het waard en je mág die ruimte ook innemen.

-Als je het lastig vind om in de spiegel te kijken, kijk dan gewoon niet. Pas kleding en kijk van bovenaf of je het leuk vind staan of niet. Je hoeft het niet moeilijker te maken dan het al voor je is.

-Ga samen met iemand, je moeder, je zus, een vriend/vriendin, het is sowieso gezelliger om samen met iemand te gaan maar het kan ook helpen in een realistisch beeld creëren. Waarschijnlijk zie jij zelf niet goed hoe je er écht uitziet, een ander kan je hier mee helpen en eventueel steunen mocht het te zwaar zijn.

-Relativeer, als de weegschaal een laag getal aangeeft en je bmi op ondergewicht zit, dan kan het echt niet zijn dat je spiegelbeeld een dikke weergave van jou weergeeft. Dan kan het echt niet zijn dat je een buikje hebt, je benen dik zijn of je armen net dat éxtra beetje vet hebben. Probeer te relativeren dat je niet dik bént, de weegschaal zegt dat je ondergewicht hebt. En de weegschaal liegt niet.

-Koop comfortabele kleding, als ik naar mezelf kijk: ik droeg vroeger vooral dingen die mooi waren. Daar voelde ik me toen goed bij, of het lekker zat gaf ik niet zoveel om. Nu, wil ik me vooral comfortabel voelen, natuurlijk vind ik mooie kleding ook belangrijk, maar een lekker warm vest staat nu absoluut boven die mooie blouse of dat strakke jurkje. Kies ook iets uit wat echt bij je past, ga niet direct uit je comfortzone met een kort rokje als je bijvoorbeeld nooit rokjes draagt. Blijft dicht bij jezelf, daar voel je je uiteindelijk het prettigst bij.

-Als laatste tip: mocht je ondergewicht hebben, koop dan iets waar je in gaat passen op je streefgewicht. Koop bijvoorbeeld iets wat net te groot is of een maatje groter. Gebruik dit als motivatie om aan te komen. Dit kan een jurkje zijn of een mooie broek, iets waar je waarde aan hecht. Om voor mij een voorbeeld te noemen: ik had een hele mooie jurk van nikkie gekocht, ik paste hem en hij was me te groot. Ik kocht hem tóch en hing hem een jaar aan m’n deur. Elke keer zag ik die jurk en vond ik hem zó mooi, dat gaf me soms echt even dat zetje om toch door te gaan. Gek he, dat kleding zo’n invloed op je kan hebben. Nu, zit ik nog steeds niet op volledig gezond gewicht maar: ik pas het jurkje net, en ik weet zeker dat als ik nog wat meer aankom hij nog beter zit!

Liefs,

Anne Dore

Terugval en een lichaam in overlevingsstand

terugvalIn deze blog in onze vaste rubriek ‘Lichaam’ neem ik jullie mee in mijn hoofd. Hoe mijn anorexia me nu op de proef stelt met betrekking tot mijn bewegingsdrang. Ook vertel ik hoe mijn lichaam duidelijke signalen afgeeft dat het te veel is en hoe het door gaat in ‘overlevingsstand’.

Met een hol gevoel word ik wakker, mijn lijf voelt niet aan zoals het zou moeten voelen. Terwijl ik mezelf moed probeer in te praten om op te staan en de dag door te komen, merk ik al dat ik een lichaam vol spanning heb. Na een halfuur malen en piekeren stap ik dan toch uit bed, ik heb mezelf eindelijk zo ver gekregen. Maar dan begint het pas. Wanneer ik op sta krijgt mijn hoofd de volledige ruimte om weer lekker in de eetstoornis te kruipen. Het is alsof wanneer ik mijn slaapkamer uitloop om me op te frissen in de badkamer, mijn eetstoornis alweer geleund tegen de deuropening staat. Wanneer ik naar buiten loop slaat ze armen om me heen.  ‘Ik ga weer gezellig mee vandaag.’ fluistert ze in mijn oor. Een gevoel van paniek komt alweer omhoog als ik moet ontbijten. Hoe zal het vandaag gaan met het eten? Eet ik niet te veel? Maar ik moet ook niet te weinig eten anders houd ik het ook niet vol. Maar aankomen wil ik nu écht niet. Alle gedachtespinsels komen bij elkaar en ik ga piekeren, angst komt omhoog en ik voel dat ik mezelf echt rustig moet krijgen anders krijg ik een paniekaanval. Wanneer ik mijn ontbijt dan eindelijk voor me heb en begin met eten, gaat het wel. Mijn eetstoornis schuift een stoel aan en kibbelt tegen me. ‘Het ziet er als veel meer havermout uit dan normaal, heb je de pan wel goed afgewassen? Misschien zit er nog wel een spoor van olie in!’ Ik wuif haar weg en focus me op de laptop, die ik steevast bij mijn ontbijt aan heb staan om me niet te veel te hoeven focussen op het eten. Ik haal uit de koelkast beleg om mijn lunch klaar te maken. Mijn anorexia staat geleund tegen het aanrecht en kijkt me op de vingers terwijl ik mijn brood smeer. ‘Dat is wel héél veel hummus, kan je niet beter dunner smeren? Zoveel jam heb je echt niet nodig.’ in constante tweestrijd kies ik dan toch voor mijn gezonde kant, waarop mijn eetstoornis nog feller word. ‘Prima, dan kom je maar aan. Wil je dát dan, dat er volgende week een kilo extra op de weegschaal staat?’ schreeuwt ze. Ik krimp ineen en sta nu óók nog eens voor de keuze welke koek ik moet meenemen. Snel gris ik een pakje uit de kelder en probeer geen aandacht te schenken aan mijn anorexia. Mijn gezonde kant juicht dat ik mijn ontbijt gewoon heb gegeten en alles heb klaargemaakt voor de lunch en tussendoortjes, maar de andere, dubbele kant doet een schepje bij m’n schuldgevoel en paniek, waardoor ik angstig de deur uitga. Op de fiets richting de bus probeer ik te ontspannen door te letten op mijn ademhaling, maar in mijn lichaam voel ik een complete spanningsbron.


Terwijl ik terug fiets naar huis van een lange dag school ben ik doodop, mijn lichaam voelt zwaar en mijn hoofd bonst. Maar het is niet genoeg, het is het eind van de middag en mijn eetstoornis vertelt me dat ik nog niet genoeg heb bewogen. ‘Als je zo thuis bent, dan moeten we nog wel een moment vinden waarop je gaat bewegen hé, en wat dacht je van al je schoolwerk?’ zegt ze, terwijl ze me een duwtje in mijn rug geeft om nóg wat harder te trappen. ‘En ik dan? Ik ben kapot, ik moet echt even rusten.’ zeg ik, terwijl ik gehoor geef aan haar duw en zet een tandje bij met fietsen. ‘Rust.’ zegt ze, met een grijns. Ik weet precies wat dat betekent, dat bestaat voor mijn eetstoornis niet.

Bij het avondeten voel ik de spanning opkomen, terwijl ik roer in de saus voor de pasta staat mijn eetstoornis er weer gezellig bij. ‘Pasta op zichzelf zitten al hartstikke veel koolhydraten in, dan heb je echt die extra vetten en calorieën niet meer nodig.’ ik knik instemmend, en kaas doe ik er sowieso wel overheen. Dat is toch een prima vleesvervanger? Dus ik geef toe. ‘Mam, ik doe geen vervanger erin.’ hoor ik mezelf zeggen, wat al tot een discussie op zich leid. Mijn ouders zeggen het compleet tegenovergestelde van mijn eetstoornis en ik voel hoe de paniek omhoog schiet. Als we aan tafel zitten en ik het bord pasta voor me heb schieten er al 100 gedachten door mijn hoofd. Ik strooi wat kaas eroverheen maar krijg direct te horen dat het niet genoeg is. Met ingehouden adem doe ik er nog meer op en het moment dat ik mijn vork in de pasta prik schiet de paniek los. Alles gaat draaien en het enige wat ik voel is blinde paniek. Ik kan alleen maar trillen en huilen en ik zie alleen nog maar negativiteit op m’n bord liggen. Ik krijg geen hap naar binnen en ben compleet in paniek.

Dit is een heel persoonlijk stukje over de ervaring van het opstapelen van stress op een dag wat zich uitte in een paniekaanval. Wanneer ik een paniekaanval heb gehad dan voel ik me zo slecht dat ik de hele avond nog vol adrenaline ervan zit. Ik kan het dan niet kwijt en wil het het liefst wegwerken met bewegen, maar ik weet dat dat ook niet de oplossing is en dat ik dan alleen maar toegeef aan mijn eetstoornis. Door op deze manier mijn eetstoornis een stem te geven probeer ik te laten zien hoe het zich in mijn hoofd afspeelt, wat voor constante strijd ik nu voer en hoe lastig het is om alles nu vol te houden.

Daarbij gaat mijn lichaam nu echt door op de overlevingsstand, wanneer je volledig leeft op je coping mechanisme om alles maar vol te houden (je werk, je sport, je school etc), dan kost dit je al je energie die je al hebt. Maar daarbij heb je ook nog je eetstoornis waar je tegen in moet gaan. Kortom: je bent op. Je bent al op voordat je nog maar bent begonnen. Op dit moment leef ik in die overlingsstand en voel ik paniek en angst bij alles wat ik doe. Ik zit in een terugval en weetje? Soms verlies ik ook even de hoop, soms voel ik me ook gewoon klote, soms valt iemand die al vrij ver was in herstel ook weer terug en is er sprake van een terugval. En soms, moet je daar aan toegeven en jezelf ook rust gunnen om weer uit de overlingsstand en de terugval te komen. Daar ben ik nu mee bezig, proberen te accepteren dat ik mezelf rust moet gunnen en daarin stappen moet zetten. Die terugval, dat is een uiting van mijn lichaam en geest om me te vertellen dat ik een stap terug moet doen. Zodat ik daarna weer een stap in de goede richting kan doen.

Liefs,

Anne Dore