Eetstoornisherstel duurt 6-10 jaar

‘Maar je ziet er toch weer gezond uit? Dan is je eetstoornis toch over?’ ‘Ben je al een jaar in behandeling? Dan ben je toch alweer bijna hersteld?’ ‘Je lacht weer en gaat weer naar school, dan ben je vast hersteld?’ Dit zijn veel dingen die ik en anderen te horen krijg omtrent eetstoornisherstel. In deze blog vertel ik je meer over de gemiddelde duur van een eetstoornis en van het proces eromheen.

Gemiddeld duurt een eetstoornis 6-10 jaar

Zó lang?! Ja, zo lang… Natuurlijk is dit het gemiddelde. De ene doet er een jaar over, de ander kan na 3 jaar zeggen hersteld te zijn, ook zijn er uitzonderingen die het veel langer hebben dan 10 jaar. Maar de meeste mensen herstellen binnen 6-10 jaar. Dat is best een tijd maar zoals ik al zei: dit is relatief. Iedereen is verschillend en iedereen gaat op een andere manier door het proces heen van herstellen van een eetstoornis. Nu moet je niet denken dat je die 6-10 jaar heel diep in de eetstoornis zit (dit kan wel natuurlijk, ik wil het niet bagatelliseren), er zijn natuurlijk ook jaren waar je gewoon kunt functioneren in de maatschappij, maar waarin er nog steeds ‘restjes’ en dus de laatste punten van de eetstoornis zijn. Hersteld ben je dus nog niet, maar je hebt al wel het grootste stuk gehad.

Je hebt natuurlijk verschillende soorten eetstoornissen en daardoor ook verschil in hoe snel iemand in behandeling gaat/komt. Het kan bij iemand heel snel ontstaan en diegene kan snel in therapie gaan voor de eetstoornis (zoals bij mij, toen ik iets langer dan een jaar een eetstoornis had ging ik in behandeling bij Human Concern), maar het kan ook zijn dat je al jaren rondloopt met een eetstoornis en na een aantal jaar in behandeling gaat. Ieder mens verschilt en ieder mens herstel verschilt: en dat is helemaal oké.

Ieders traject verschilt

De ene gaat eerst een kliniek in, de andere houd het bij een diëtiste en weer een ander gaat in ambulante (=individuele) therapie, of natuurlijk een combi van meerdere dingen. Iedereen trekt zijn/haar eigen pad in herstel. Ook dit pad kan invloed hebben op de duur van je herstel. Als ik naar mezelf kijk zie ik dit ook. Ik ben eerst ambulante therapie in gegaan, toen een tijdje de kliniek in geweest en toen weer ambulant gegaan. Ik had die kilo’s die ik in de kliniek ben aangekomen echt nodig om ambulant verder te komen, als ik die niet had gehad, was ik nu (denk ik) nog niet op dit punt geweest in herstel. Dit hielp dus voor mij, maar voor een ander kan juist i.p.v. een klinische opname juist ambulante therapie helpen, of dagbehandeling.

Onzichtbare eetstoornis

Wanneer iemand er weer ‘gezond en happy’ uitziet, betekent dit nog niet dat iemand dit is. Hoe vaak ik nu wel niet hoor: ‘Maar je bent toch weer aangekomen en je lacht toch weer, betekent dat niet dat je al (bijna) hersteld bent?’ Iets wat me nog steeds best pijn doet, maar wat ik ook wel logisch vind. Ja, ik ben wat aangekomen. Ja, gelukkig kan ik weer lachen af en toe. Maar wat mensen niet zien is het onzichtbare. De eetstoornis die nog steeds keihard in m’n hoofd me telkens tegen spreekt, de ontzettende strijd waarin ik dag op dag in leef. Heel veel meiden en jongens die een eetstoornis hebben komen op gezond gewicht, of hebben een gezond gewicht: maar dit betekent niet dat diegene ook weer gezond is. Er zit nog zoveel meer achter dat alleen een gewicht. Eigenlijk, als je op gezond gewicht zit, dan begint de strijd pas. Want dan moet je dat lichaam gaan accepteren, met een stem in je hoofd die je nog telkens tegen spreekt.

Ook die lach, die mooie glimlach die alweer zo stralend lijkt is een masker van de werkelijkheid. Ik weet zeker dat bijna alle mensen met een eetstoornis of een psychische ziekte/stoornis dit herkennen. Het is zó makkelijk om je gevoel te verbergen achter die lach en te zeggen dat het ‘goed’ gaat. Maar in werkelijkheid zit er zoveel achter, het kan niet ‘zomaar’ weer goed gaan. Je kan niet de (eet)stoornis op een bootje plaatsen en vaarwel zeggen. Het is een proces, een slopend, moeilijk, energie vretend proces waarin je cóntinu moet blijven vechten.

 

blognieuw

bron: afbeelding

Herstel is een proces

Wat zich jaren heeft opgebouwd duurt ook weer jaren voordat het is afgebouwd. Een eetstoornis komt ergens vandaan. Er zitten achterliggende functies zoals trauma’s,karaktereigenschappen, onzekerheid en onverwerkt verleden waaruit de eetstoornis is ontstaan. Een eetstoornis is de coping om met je gevoel om te gaan. Of eigenlijk: om niet met je gevoel om te gaan. Voordat die eetstoornis dus weg zal gaan, voordat je ervan zal herstellen, zal je eerst achter die functies moeten komen. Die functies zal je aan moeten gaan, moeten leren accepteren, moeten verwerken en vooral mee leren werken. Dit is niet iets wat je van de een op de andere dag leert. Je moet jezelf volledig gaan accepteren en dát met een hoofd die dat tegenspreekt. Die functies waar je mee bezig moet, die hebben zich jaren opgebouwd. Het zal dus ook weer jaren duren voordat je ze hebt afgebouwd of mee hebt leren leven.

blognieuw3

bron: afbeelding

Heb je nog vragen over het herstel van een eetstoornis? Neem gerust contact met ons op!

Liefs,

Anne Dore

Advertenties

Psst.. Ik ben er nog..

Het gaat een hele tijd goed, je kan de eetstoornis goed onderdrukken, je werkt hard aan het onderliggende en aan het contact met anderen. Je bent op vakantie of een weekendje weg en dan steekt die eetstoornis heel hard de kop op, omdat een trigger haar heeft geactiveerd.

Dit voorval gebeurde bij mij het afgelopen weekend. Ik was een weekendje weg met Patrick. We gingen samen even naar een hotelletje om onze rust te vieren die we hebben verdiend na de toetsweek.

Ik had gedacht dat dat hele weekend wel lekker ging lopen, omdat het al heel erg lang best goed gaat qua vechten tegen de eetstoornis en het niet luisteren.

Ik had deels gelijk. Vrijdagavond en zaterdagochtend ging het verbazingwekkend goed. Ik heb goed gegeten, ik had het leuk en ik kon zelfs uitslapen. De eetstoornis was al een beetje aanwezig op de achtergrond, want ja je bent uit je veilige haven weg. De eetstoornis pakt alles wat ze pakken kan. Dus ook een plek waar je onstabiel bent. Toen kwam de trigger voor de eetstoornis. Die trigger was deze keer namelijk prestatiedrang en perfectionisme. Ik kreeg te horen dat er een cijfer online stond van een toets waarvan ik dacht dat die best wel redelijk ging. Ik keek en ik kon het niet geloven. Ik had een 4.5. Eerst probeerde ik mezelf te kalmeren door het te relativeren met: ‘Het is een bonustoets, die telt niet voor studiepunten. Misschien is er wel een fout gemaakt tijdens het nakijken..’ Ik bleef er maar naar staren en ik heb het tegen Patrick gezegd. Ik snapte het gewoon niet, hoe kon ik een 4,5 krijgen? Ik doe zo hard mijn best en hij ging best goed. Hoe langer ik erover nadacht hoe zwaarder het voor me werd en hoe sterker de eetstoornis werd. Ik kreeg gelijk alle oude gedachtes terug: ‘Ik heb gefaald, een 4,5 is een slecht cijfer. Ik haalde nooit onvoldoendes! Nu ziet iedereen dat ik niks kan. Ik kan niks. Niemand mag me. Niemand ziet me staan. Ze gaan me van de opleiding trappen. Ik kan beter weer afvallen en laten zien dat ik wel wat kan.’ Ik heb enorm hard gehuild. Ik was bang, ontzettend bang, en wanhopig. Hoe moet ik nu met school en een eetstoornis om leren gaan als dit al zo gaat? Na een aantal minuten gehuild en gepraat te hebben met Patrick heeft hij me rustig gekregen en zijn we wat gaan doen.

De volgende dag bij het ontbijt was mijn eetstoornis er nog steeds, helaas. Patrick was ziekjes geworden en kon daardoor niet goed eten. Ik voelde hoe het voelde toen mijn ouders bij mij zaten en zij wel wat aten en ik weinig tot niets. Het voelde verschrikkelijk ongemakkelijk, ik voelde me bezorgd. Toen kwam de eetstoornis. Het idee van: ‘Psst, ik ben er nog, je ziet me niet maar ik zit in een hoekje die jij nu langzaam betreed. Luister maar naar mij, ik weet wat jij moet doen om je beter te laten voelen.’ Hoe langer ik naar Patrick keek en hoe vaker ik een hap nam, des te meer de stem begon te groeien. ‘Ik moet ook maar weer minder eten, want ik lijk wel een vreetzak. Ik ben al te dik geworden.’ Ik heb mijn gedachtes geuit en ik heb gehuild. Ik vond het verschrikkelijk dat mijn eetstoornis ging trekken door iets waar Patrick niets aan kon doen. Dat maakte me zo boos op mezelf. Wij zijn uiteindelijk de uitdaging aangegaan en hebben allebei nog wat te eten gepakt.

Maandag was de eetstoornis er weer, terwijl ik had gedacht dat die wel weg zou zijn. Het was een normale schooldag, het enige wat anders was was het feit dat de hele klas een cijfer binnen had gekregen en ik mij kon vergelijken met de anderen. Super stom van mij, maar ik deed het toch. Tijdens het SLB-uur vroeg de SLB’er wat we verwachten hoe we de toetsen zouden hebben gemaakt. Hadden we de toetsen gehaald? Wat voor cijfers zouden we hebben gehaald? Dat moesten we opschrijven om te bekijken of onze inschatting over onszelf juist was. Ik wilde dat niet doen, want ik wist dat het niet goed zou uitpakken voor mij. Het moest toch en terwijl ik de vakken opschreef keerde de eetstoornis terug. Keihard. ‘Ik heb gefaald, ik heb een 4,5 gehaald en nu ga ik de rest ook niet halen. Ik heb alles toch slecht gedaan, ik kan mezelf niet goed inschatten. Ik kan niks.’ Ik moest moeite doen om mijn tranen binnen te houden. Voor het eerst in maanden voelde ik me zwaar kut, ik wilde mezelf bezeren, ik wilde stoppen met eten, ik wilde afvallen, ik verlangde weer naar het magere lichaam waarmee ik niks voel behalve mijn eigen lichamelijke pijn en gedachtes.

bea2bcd95832e3fc18c6540170870fcd

In de bus heb ik het met Patrick besproken via whatsapp, hij gaf me motivatie om wel door te gaan. Ik heb met mijn moeder gebeld die mijn situatie van begin af aan heeft meegemaakt en weet hoe ze moet reageren. Ook thuis heb ik het met mijn huisgenoot besproken en heb ik zelfs gehuild. Het fijne is dat ze zo heerlijk nuchter en realistisch kan kijken en dat heeft me heel erg geholpen. Zij hebben me rustig gekregen. Ik heb uiteindelijk wel alles gegeten, want ik wilde niet terugvallen. Ik wilde niet terug met leugens, pijn en helemaal overnieuw beginnen met het gevecht wat ontiegelijk zwaar is. Ik was opgelucht toen ik mezelf zover had gekregen om niet naar de eetstoornis te luisteren en wel mijn ding te doen.

Ik weet dat de eetstoornis er nog is en blijkbaar nog erger dan ik had verwacht, maar ik blijf er tegenin gaan, totdat ik het onder controle heb. Ik ben blij dat ik alles direct heb besproken en heb gegeten, want niet eten en jezelf beschadigen heeft geen zin.

Ik ben vroeg naar bed gegaan en de volgende dag voelde ik me al heel wat beter. Ik kon de rest van de week weer aan met goede moed.

Veel liefs, Rianne

Beetje eetstoornis(vrij)

Hallo lieve mensen, vorige week ben ik terug gekomen van een weekje vakantie. Dit keer was ik weg met Patrick, naar Zuid-Duitsland. Nee, ik ga geen foto’s laten zien van wat ik heb gedaan, maar ik wil jullie vertellen hoe het is gegaan qua eten en eetstoornis. Veel leesplezier.

Zoals jullie weten heb ik een eetlijst. Ik ben meer gaan variëren en (een klein beetje) op gevoel gaan eten. Op vakantie gaan met een eetstoornis is eng. Omdat dit mijn eerste jaar was in herstel en met een fatsoenlijk eetpatroon was ik enorm bang. De vakantie is de tijd dat je vrij bent, weg bent van alle verplichtingen en mag genieten. Dat genieten en mezelf iets gunnen is erg moeilijk, niet alleen qua eten maar ook qua dingen kopen, verzorging, etc. Mijn angst om aan te komen in de vakantie was groot. Enorm groot. Dit omdat ik de andere vakanties te weinig at, veel bewoog (met opzet) en alleen maar dacht aan afvallen. Nu is dat veel en veeeeeeel minder, gelukkig.

Beetje eetstoornis

De eerste vakantie heb ik veel geworsteld. Mijn vader en zusje eten makkelijker later lunch en dan eten ze later een snack, maar dat werkt, voor mij, nog niet. Ik dacht: ‘Ik ga op vakantie, het gaat thuis goed met eten, dus op vakantie komt dat ook wel goed.’ Nou, Rianne? Nee. Te groot doel gesteld. Als we later lunchten verschoof het tussendoortje ook, maar één keer had ik rond 17:00 uur nog geen honger. Toen we terugkwamen durfde ik geen snack meer te nemen, want dat zou te dicht op mijn avondeten komen. Die angst is erg raar. Waarom? Omdat ik het ochtendtussendoortje en ontbijt of het diner en het avondtussendoortje samenvoeg, maar het middagtussendoortje en dan het diner? Nee hoor, dat gaat niet. Ik ben zo erg bang dat ik aankom van een volwaardige snack en dan nog volwaardig diner, omdat ik me dan echt ‘volprop’ naar mijn gevoel. Het is niet alleen de angst voor het aankomen, maar ik ben ook bang dat als ik een gewoon tussendoortje neem vóór een hoofdmaaltijd, dat ik niet genoeg van mijn hoofdmaaltijd neem en dat het te weinig is. Ik ben bang dat de eetstoornis dat weer gaat gebruiken en dat ik dan weer ga minderen met de 3 hoofdmaaltijden, dus dan maar liever geen snack en wel een volwaardige hoofdmaaltijd.

Dat hierboven, was mijn meest voorkomende worsteling.

Beetje vrij

Een week nadat ik terug was van Frankrijk ben ik met Patrick weggegaan naar Zuid-Duitsland. Ik heb Patrick de hele vakantie op de hoogte gehouden van mijn worstelingen en daar gingen we deze vakantie op inspelen. Zo gezegd zo gedaan. Omdat ik op de vorige vakantie soms geen lunch mee had, activiteiten deden, laat een plekje vonden en daardoor dus laat bij een ander zaakje lunchte (die paste in mijn veilige zone) kreeg ik paniek. Hierdoor lukte het niet om mijn middagsnack te nemen. Op deze vakantie gingen we het anders doen. En dat is gelukt. De hele vakantie heeft Patrick tegen mij gezegd dat ik moet luisteren naar wat mijn lichaam nodig heeft. Soms is dat lastig en soms ook niet.

Het ging deze vakantie dus eigenlijk echt wel heel erg goed met het eten. Ik heb eigenlijk weinig tot geen last gehad van mijn eetstoornis (Wow!).

De eerste dag dat we er aankwamen had Patrick’s moeder nasi voor ons gemaakt en ingevroren, dus dat was fijn. We hoefden het alleen op te warmen en dan hadden we ons eten. Lekker makkelijk en ook iets van thuis.

 

We hadden een groot, rond brood gekocht bij de bakker vlak bij ons appartement. Voor mij staat het bruid in Duitsland bekend om maar één ding: Zuur. Zuur. En nog eens zuur. Zuurdesembrood. Dus ik dacht dat dit brood wel zou meevallen. Helaas was deze erg zuur en omdat het een zuurdesembrood was, was het ook compact (erg stevig). Ik wou voor de lunch toen zeg maar 3 stukjes nemen, dat heb ik gedaan, maar dat vulde enorm. Ik hoefde een hele poos niks. Patrick zei ook tegen mij dat ik moest luisteren naar waar ik zin in had en wat goed was voor mij. Dus de komende dagen heb ik 2 stukjes en soms nog wat kleinere stukjes extra genomen. Dus dat is erg positief! En soms hadden we geen melk en dan nam ik vruchtensap of thee + later mijn melk.

Omdat we vaak laat ontbeten werd mijn ochtendtussendoortje ook later. Wat ik dan doe is dat ik het ochtendtussendoortje samenvoeg met het ontbijt, maar omdat het brood zo vulde kon ik niet mijn volledige ‘eetlijsttussendoortje’ op. Toen ben ik naar mijn lichaam gaan luisteren en heb ik gepakt wat ik wel op kon.

De middagtussendoortjes waren wat ingewikkelder. Ik heb op de eetlijst een koek en een hartige snack staan. Ik heb echt niet elke dag zin in hetzelfde en als je gaat wandelen neem je ook niet al het eten mee. Dus de middagtussendoortjes heb ik ook op gevoel genomen. Wanneer het een warme dag was, en we gingen veel wandelen, stelde Patrick voor om een halve liter! (Ja, ja. Een halve liter. Grote overwinning) vruchtensap te drinken. IMG_2789

Eerst vond ik het heel erg eng, want ja, suikers. Maar hij hielp me relativeren. Je hebt het vocht nodig voor de wandeltocht, je zweet enorm veel en het is warm. Daarbij heb je ook energie nodig voor het wandelen. Dat heeft heel erg geholpen. Als ik dan nog wat voor tussendoortje nam (zoals een koek) vroeg hij altijd of het wel voldoende was. Gewoon voor de zekerheid. Je weet maar nooit. We gingen daarover in gesprek en dan vertelde ik of het een goede keuze was of dat het toch een beetje eetstoornis was.

Ik heb een keer wel iets te weinig genomen. Dat heb ik benoemd. Ik wist gewoon niet of het voldoende was en of ik er van zou afvallen, want dat wil ik gewoon niet meer. Ik wil niet terugvallen in de eetstoornis. Toen ik het deelde en mijn angst uitsprak hebben we samen een oplossing bedacht. Namelijk: we nemen een goed gevuld voorgerecht en een hoofdmaaltijd. Dat heb ik gedaan. Dus dat was ook weer een super goede oplossing. Ik voelde me er ook niet schuldig over omdat ik met het idee was ingestemd, ik was juist opgelucht, omdat ik nu wist dat ik genoeg eet. IMG_2856

Dus diezelfde avond, voor het eerst, een enorm lekker, gevulde goulashsoep gehad met daarna een halve kip met aardappeltjes (we kregen het niet eens op, die soep vulde enorm erg, haha).

Ik heb ook een lekker ijsje gehad en dat heb ik zelf voorgesteld!

IMG_2772IMG_2889

 

 

 

En op een andere warme dag had ik eerst een halve liter jus d’orange en daarna nog een halve apfelstrudel! Wat een overwinningen. En ik voelde me over de strudel niet eens schuldig, hij was lekker en ik heb genoten.

IMG_2902
En bij vrijheid hoort natuurlijk ook dingen uitproberen. Ik heb voor het eerste papaya gegeten. Jumm

Dit was mijn verslagje over het eten in de vakantie. Hihi. Ik ben blij dat het zo erg is veranderd in vergelijking met hoe het eerst was. Zo veel fijner. Ik heb het er ook met mijn diëtiste over gehad en die is trots op me. Ze ziet enorm veel vooruitgang. Dus ja, best wel trots.

Veel liefs, Rianne

 

Samen sta je sterk

Een gevecht tegen een mentale ziekte is erg zwaar. Het voelt als een enorme veldslag en je ziet eigenlijk geen licht aan het einde van de tunnel. Een gevecht kun je niet alleen. Wie kun je betrekken? Wat kun je doen? Ik geef wat tips die ik heb ingezet en die me op dit moment helpen. Dit is trouwens wat ik veel meemaak in mijn wereldje rondom me, dus als het niet voor jou geld is dat oké. Ik maak natuurlijk niet alles mee.

Heel veel mensen willen alles zelf doen, ze willen vooral niemand tot last zijn, want ze zijn, volgens henzelf, een last voor iedereen. Het is echt een invulgedachte. Wat is een invulgedachte? Even korte uitleg: jij hebt een bepaald oordeel over jezelf en dan denk je dat anderen dat ook over je denken. Dit is meestal helemaal niet waar. Vraag het maar na, dan zul je zien dat je hoofd je alleen maar rare dingen aanpraat.

Wie kun je betrekken?

Het beste wat je kunt doen is je familie, gezin, vrienden, vriendinnen en therapeuten erbij betrekken. Je familie en gezin staan dichtbij en die weten hoe je bent, hoe jij je gedraagt en soms ook wat je denkt of wat voor handelingen volgen op bepaalde blikken. Je kan ze hele persoonlijke dingen vertellen die binnen de muren blijven.

Als je bijvoorbeeld erg depressief bent, een paniekaanval hebt, enz. dan zijn de mensen die thuis zijn het dichtste bij en die kunnen je dan het beste helpen. Die kennen je het beste en weten, misschien, beter hoe ze moeten handelen zodat je er uit kan komen. Je kan tegen ze schreeuwen, deuren in hun gezicht gooien of iets keihard op de grond gooien, ze zullen altijd van je houden. Je bent hun dochter/zoon/nicht/neef en je zult altijd in het hart blijven van je familie en gezin.

Als ik depressief ben roep ik meestal mijn moeder of zusje, die troost me, luistert naar me, relativeert mijn gedachtes en zorgt er voor dat ik er uit kom.

Als je niet thuis bent en er gebeurt iets kun je ook naar je vrienden en vriendinnen gaan. Als het goed is heb je een aantal goede vrienden/vriendinnen waar je alles mee kan delen, die je willen steunen door dik en dun,die je laten lachen en samen met je huilen. Je hoeft niet alles te laten zien, ze hoeven niet alles te weten, maar ze weten echt wel dat er iets is. Je hebt een schouder om op te huilen, iemand om tegenaan te zeuren of iemand om afleiding van te krijgen. Het voordeel is ook: je vrienden/vriendinnen zijn er niet voor niets. Ze geven om je om wie en hoe je bent, je hoeft niets te verbergen. Hierdoor wordt jullie band ook sterker, je gaat elkaar namelijk steeds beter leren kennen.

cb67687c6a3515b9fbffc6a6b107bcc4Zelf heb ik een aantal erg goede vrienden en  vriendinnen gemaakt op de middelbare school, in de klinieken en het buitenleven. Hier haal ik mijn kracht uit. Ze staan voor me klaar, dat laten ze duidelijk merken. Ik mag bij ze huilen, lachen, gillen, gek doen, zeuren. Gewoon mezelf zijn. Ik kan ze alles vertellen ze luisteren dan en proberen het wat te relativeren. Ja, niemand snapt het. Maar ze willen het wel begrijpen.

Therapeuten zijn erg fijn om alles mee te delen als je ze hebt, omdat zij een geheimhoudingsplicht hebben. Er gaat niets uit de mond van de therapeuten naar buiten, tenzij het zorgwekkend is of jij er toestemming voor hebt gegeven. Met sommige therapeuten kun je zelfs een band opbouwen en dat werkt ook helpend, want ze gaan je meer begrijpen en dingen aan je zien die je eigenlijk niet wil vertellen, maar die je lichaam wel verteld.

Wat kun je doen?

Het is beter niet alleen uitdagingen aan te gaan in het begin van je herstel. Het is wel goed dat je het alleen aangaat! Ik zeg  alleen dat het niet zo verstandig is, vooral in het begin niet. Waarom? Dat wezen in jouw hoofd speelt tijdens die uitdagingen nog heel erg op de voorgrond, soms wel zo erg dat je hem/haar niet kan controleren en dus ernaar gaat luisteren. Dit kan er naar leiden dat je bijvoorbeeld jezelf pijn doet, gaat compenseren, eten/niet eten of aan het einde denkt, omdat jouw monster het fout vind wat je doet. Je moet boeten van hem/haar. Doe daarom het liefst in het begin samen met lotgenoten uitdagingen. Die weten, ongeveer, hoe het in je hoofd gaat, jullie kunnen elkaar er doorheen helpen door te relativeren, elkaar aan te moedigen, afleiding te geven en zelfs elkaar proberen tegen te houden van plannen. Je staat samen sterk.

Later in je herstel kun je de uitdagingen langzaam alleen proberen te doen of zelfs met je familie/gezien/vrienden/vriendinnen. Het is erg belangrijk dat jouw omstanders weten hoe het met je gaat, wat ze kunnen doen, hoe ze je er doorheen kunnen slepen en afleiding kunnen bieden. Waarom is het belangrijk? Omdat je anders jouw monster houdt in het bijzijn van de dichtbijstaande mensen. Ga samen naar de stad, ga de angst voor mensen aan, koop kleren die je leuk vind, ga iets uitdagends eten, draag een t-shirtje of strakke broek, ga naar de plek waar jouw angst licht getriggerd wordt en ga het samen aan. Je kan kijken hoe de ‘normale’ mensen zijn in deze situatie en dan kan je misschien leren wat voor jou werkt.

Ik ben bijvoorbeeld een keer ’s ochtends met de trein naar een meeloopdag gegaan. Ik moest mijn ontbijt in de trein doen. Toen ik keek wat andere mensen aten en hoe ze erbij zaten werd ik al wat zelfverzekerder en kon ik ook mijn ontbijt in de trein eten.

Ik spreek regelmatig af met vriendinnen en dan gaan we samen uitdagingen aan, bijvoorbeeld Eva en Anne Dore, dan voel je je niet alleen en heb je een steunpilaar bij je.

samen sta je sterk

Dit gaat weer erg zweverig klinken, maar praat erover hoe je je voelt, wat je ervaart, wat je denkt en wat je wilt doen. Dit helpt echt. Door te praten krijg jij alles op een rijtje en ga je jezelf beter begrijpen door de feedback en vragen die je krijgt.

Als je in een slechte bui bent? Ga met iemand praten en ga vervolgens alles afzeiken. Alles wat je niet oké vindt, zoals een verkeersbord dat omgedraaid staat, een bus die niet de juiste route rijdt of een peuk die op de grond ligt terwijl hij er niet hoort. Als je het samen doet komen er op een gegeven moment echt onzinnige dingen uit en ga je er keihard omlachen. Je lacht dan alles even weg en de grootste last valt van je schouders.

Dit zijn een paar belangrijke tips van mij die mij erg hebben geholpen. Hoe gaan jullie het gevecht aan?

Ik hoop dat jullie hier wat aan hebben.

Veel liefs, Rianne